IT-sector vindt in consument argeloos slachtoffer

IT-sector vindt in consument argeloos slachtoffer

18 maart 2021 0 Door Indignatie redactie

Apparatuur veroudert (en sneller als je het een handje helpt). Als dit verouderingsproces door de industrie actief wordt nageleefd, heeft het een naam: geplande veroudering. Het meest deskundig op dit gebied is de IT-sector. Het maakt o.a. computers minder duurzaam, en onveilig. In consumenten vinden zij de meest argeloze slachtoffers…..

We beginnen met een vraag: wat is er niet goed in onderstaand plaatje? Het antwoord komt verderop in dit artikel.

strand

Is het u ook al opgevallen dat allerlei zaken uit het dagelijks leven sneller van de hand gedaan worden? Meubels, apparatuur, ja zelfs de eigen woning. Het aantal mensen dat hun leven lang in het zelfde huis woont neemt drastisch af, en meubels worden vervangen door nieuwe vóórdat ze zijn versleten: mensen zijn er op een gegeven moment op uit gekeken.
En veel zaken worden dan ook nog online gekocht: de consument is kennelijk te moe om de deur uit te gaan want “een drukke baan” (niet gewoon een baan zoals vroeger, maar een drukke baan).

Maar pakweg een jaar of twintig en langer geleden was dat anders: mensen gingen naar de winkels en kochten zaken op basis van kwaliteit: meubels moesten lang meegaan, net als de stofzuiger en de wasmachine. Het geld ontbrak gewoon om zo maar elke keer wat anders aan te schaffen (de tijd van eenmaal per jaar met vakantie), en fabrikanten maakten toen nog producten waar je van op aan kon.

Dat is nu wel anders.

Misschien herinnert u zich nog de tijd dat de eerste personal computers op de markt kwamen. Wellicht heeft u het toen ook nog zelf in elkaar gezet. Een nieuwe, grotere harde schijf met méér opslagcapaciteit dan 40Mb, een CD-rom apparaat….. het kon allemaal… je kon overal gemakkelijk bij komen en vervangen. Was er iets kapot, dan hoefde je alleen het bewuste onderdeel maar te kopen en voila: het apparaat deed het weer. Het bezit van een computer kon zich over vele jaren uitstrekken, vooral als je er wat extra geheugen in stopte of voor een wat grotere opslagcapaciteit zorgde. De levensduur leek onbeperkt (maar daar had de industrie wat op gevonden: nieuwe software)!

Dat is in razend tempo veranderd. De moderne tijd verschilt in ieder geval op het gebied van levensduur van apparaten aanmerkelijk met “vroeger”, toen producten pas werden vervangen als ze het niet meer deden, ècht kapot waren – en vervolgens ook nog werden vervangen door apparatuur met dezelfde functies, of een tweedehandse.
Vandaag de dag worden producten niet meer “fysiek” geconsumeerd, maar op basis van “gevoel”: ze worden vervangen ruimschoots vóórdat de levensduur er een einde aan maakt, omdat ze door o.a. de hoge innovatiegraad verouderen (of dat de marketing ons zegt dat die “oude” niet meer toereikend zijn), of dat er bijvoorbeeld weer een nieuwe smartphone gekocht “moet” worden omdat dat één jaar oude apparaat (een Apple uiteraard, anders tel je niet mee) ècht niet meer kan. De fysieke leeftijd van die toestellen is da nog lang niet versleten.

Lees ook:  How dare you! Greta Thunberg doet lekker zielig in ‘overvolle Duitse trein’ terwijl DB eersteklas coupé regelde

Dat is slechts een neveneffect van de ongelooflijke stijging van de productiegraad van toestellen bij gelijktijdige daling van productiekosten. Zoals gezegd worden producten vaker vervangen, maar niet alleen omdat men het wil, maar ook omdat het moet: apparaten kunnen niet meer worden gerepareerd of gaan sneller kapot dan vroeger, vanwege het verstrijken van de leeftijd.
Er zijn weinig branches waar de kunstmatige veroudering zó ver is doorgevoerd als in de IT. En die informatietechnologie bevindt zich in bijna alle apparatuur en machines, van koelkasten tot auto’s, noem maar op. Zelfs in een Lada zit een computer geïnstalleerd, weten we van beveiligingsdeskundige Evgeny Kaspersky.

Met informatietechnologie is het mogelijk apparaten te maken die weinig kosten, een eeuwige levensduur hebben en gewoon hun werk blijven doen. Een voorbeeld daarvan is software. De wereld zit tjokvol met software, die éénmaal correct doorontwikkeld altijd blijft doen wat zij geacht wordt te doen. Als er ook maar goede hardware voor is, maar die hardware kan dat niet: apparaten hebben slechts een beperkte levensduur, die fysiek afhankelijk is van het soort apparaat. En wat velen misschien niet weten: afhankelijk van het soort apparaat is de levensduur vrij nauwkeurig te bepalen…. en in te stellen.
Een voorbeeld zijn de condensatoren, die een bepaalde hittetolerantie, een eigen levensduur, hebben. De industrie kan in apparatuur goede of minder goede, of zelfs slechte condensatoren in apparatuur zetten. De uiteindelijke verkoopprijs zal er niet echt door beïnvloed worden. Als een fabrikant bij een monitor van pakweg 200 euro goede, betere, condensatoren inbouwt, waardoor die monitor tien jaar langer meekan, dan zou elke klant misschien een paar euro méér moeten betalen. De fabrikant zou het marketingtechnisch gezien zelfs als een verkoopargument kunnen gebruiken: kies voor kwaliteit.
Hetzelfde geldt voor koolborstels in elektromotoren, IC-schakelaars bij wasmachines, noem maar op.
Maar waarom zou een fabrikant elke tien jaar een monitor van 300 euro verkopen, als hij elke drie jaar een monitor van 200 euro kan verkopen? Het is gewoon een slimme rekensom om dan te kiezen voor kwalitatief minderwaardige producten (vanuit de fabrikant gezien).

Lees ook:  Hoe miljardairs het spreekwoord 'Liefdadigheid begint thuis' serieus nemen

We hebben het hier over levensduurmanipulatie: de (geplande of natuurlijke) leeftijd van apparatuur. Twintig, dertig jaar geleden – en langer – werd de levensduur van apparaten sluipenderwijs verkort, maar de klanten stelden nog erg veel prijs op kwalitatief hoogwaardige apparaten. Ook in de jaren negentig adverteerden veel fabrikanten nog met merken met “een goede reputatie” en stonden zij in voor de kwaliteit van hun producten. Waar zou je namelijk voor kiezen: betrouwbare producten of goedkope B-merken die al spoedig de geest konden geven (hoewel die mogelijk zelfs uit dezelfde fabrieken kwamen)? Huishoudelijke apparatuur was onverwoestbaar, en auto’s werden bij wijze van spreken nog onder de stoelen afgelakt. Een kapot onderdeeltje kon gemakkelijk worden vervangen; als er nu iets vervangen moet worden – àls dat kan – dan zijn het hele units die véél meer kosten dan het ene kapotte onderdeeltje.

Vandaag de dag wordt er in de reclame nog nauwelijks gewerkt met het begrip “kwaliteit”, marketing werkt vooral op het gevoel van de consument, die dan ook vaak voor vóórtijdige vervanging van apparaten kiest. En voor die mensen die dat niet doen, valt de industrie dus terug op levensduurmanipulatie: na afloop van de garantietermijn beginnen apparaten vaak kuren te vertonen, kleding valt uit elkaar, hoewel de wasmachines hun werk beter doen dan vroeger, en ten opzichte van oudere modellen zijn de prestaties van de accu’s in de huidige smartphones aanzienlijk slechter. Tja, en omdat de moderne mens niet zonder kleding (en naar het schijnt ook niet zonder smartphone) kan, is men gedwongen ofwel een product te laten repareren of een nieuwe te kopen. Repareren wordt trouwens door fabrikanten ook steeds  moeilijker gemaakt, omdat apparatuur fysiek haast bijna niet meer uit elkaar te halen is, als het eenmaal in elkaar gezet en verkocht is.

Lees ook:  'Zes mensen stierven': meer dan 350 congresmedewerkers dringen er bij de senaat op aan om Trump te veroordelen

Maar de industrie is niet voor één gat te vangen. Het mooist zou zijn als de consument de apparatuur door eigen toedoen zèlf kapot maakt, en daarom zijn er producenten die in hun reclame-uitingen het voorbeeld geven van slecht gedrag: notebooks, tablets, e-readers en laptops  worden dan meegenomen naar het strand (oei, het zand!), notebooks worden niet uitgezet overal heen en weer gesleept, op schoot, in bed, op de vloerbedeking (waar het kan oververhitten) – reclame laat situaties zien van dingen die je juist niét met hun producten moet doen.
Ook kan het ontwerpen van producten een handje meehelpen: smartphones groter en dunner maken, bijvoorbeeld, en toch in de broekzak meenemen waardoor ze kunnen verbuigen. En dan hebben we het nog niet gehad over opzettelijk vernielen door de producent (hoewel dat nooit te bewijzen is): smartphones onbruikbaar maken na software-updates. En ook de politiek helpt als het kan een handje: voertuigen die niet aan bepaalde voorwaarden voldoen, uit het verkeer halen.

Misschien moeten de mensen weer eens méér gaan letten op de producten die ze kopen – de auto, het huis, de telefoon – met in het achterhoofd dat goedkoop dúúrkoop is, en je meestal beter af bent als je kiest voor kwaliteit en langere levensduur. Het vereist een omschakeling van de denkstructuur van veel mensen, vooral jongeren die toch zijn opgegroeid in een wegwerpmaatschappij.
De techniek moet ten dienste staan van de mensen, en niet andersom (een situatie waar de IT-industrie naartoe probeert te werken). Er is niets mis mee om er oudere, betrouwbare analoge systemen op na te houden, of er in noodgevallen op terug te kunnen vallen.
Dat geldt ook bijvoorbeeld voor het offline bewaren van kopieën van bestanden. Wat kleine extra handelingen, maar beslist bijzonder verstandig. Maar misschien dat de moderne mens zelfs dáárvan te moe wordt.



Comments

comments