De erfenis van Rutte

De erfenis van Rutte

30 april 2021 0 Door Indignatie redactie

Tweede Kamer – Het gedonder met de belastingdienst en Rutte 1, 2 en 3

Debat 29.04.2021 De notulen – in totaal 37 pagina’s – van de ministerraadsvergaderingen in 2019 waarin werd gesproken over de toeslagenaffaire zijn zojuist openbaar gemaakt.

Lees hier zelf wat erin staat. Het kabinet gaat aangifte doen van het lekken van de notulen van de ministerraad. Deze notulen zijn staatsgeheim van de categorie Zeer Geheim.

Het gaat om onthullingen van RTL Nieuws dat er in de ministerraad doelbewust is afgesproken om bepaalde informatie achter te houden voor de Tweede Kamer. In een brief aan de Kamer wijst Rutte naar het voormalige beleid ‘dat documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, in beginsel niet werden verstrekt aan de Tweede Kamer.’

Dit is ook naar aanleiding van de verhoren van een speciale Kamercommissie over de toeslagenaffaire de ‘Rutte-doctrine’ gaan heten, en is na het vallen van het kabinet aangepast. Maar destijds gold die beperking nog.

Minister Ferd Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid bood in november 2019 aan om, samen met minister Wopke Hoekstra (CDA) van Financiën, mee te denken over een manier waarop het kabinet de Tweede Kamer tevreden kon stellen zonder alle informatie over de toeslagenaffaire te verstrekken waar de Kamer om had gevraagd. Dat blijkt uit de geheime notulen van de ministerraad die maandag zijn vrijgegeven.

Lees ook:  Zweden moet toegeven dat de sterfgevallen aan het coronavirus aanzienlijk stijgt

Grapperhaus vroeg zich af of staatssecretaris Menno Snel (D66) van Financiën er anders mee zou wegkomen om de Kamer niet volledig te informeren.

De hele ministerraad ging akkoord met het uitblijven van een echt feitenrelaas, terwijl vooral Grapperhaus’ en Hoekstra’s partijgenoot Pieter Omtzigt daar bij herhaling om vroeg, blijkt uit de notulen.

De notulen werden bij hoge uitzondering vrijgegeven nadat RTL Nieuws vorige week had onthuld dat tijdens deze kabinetsvergadering zou zijn besloten de Tweede Kamer met opzet tegen te werken in het toeslagenschandaal bij de Belastingdienst.

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief INDIGNATIE-nieuws klik hier om te registreren



Tijdens de ministerraad reageerde Koolmees onder meer ontstemd op de volgens hem “gezamenlijke strijd” die Omtzigt en Lodders samen met SP-Kamerlid Renkse Leijten zouden voeren tegen zijn partijgenoot, voormalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Het gedrag van de Kamerleden zou volgens Koolmees “weinig behulpzaam zijn bij het oplossen van de onderliggende problemen”. Hij vervolgde dat de volgens hem “activistische” houding ook voorkomt bij de Kamerleden van de andere coalitiefracties.

Zelf had Koolmees ook wat te klagen over VVD-Kamerlid Dennis Wiersma, die hem kritisch bejegende over uitvoeringsproblemen bij het UWV. “Het is wenselijk dat leden van de raad betreffende woordvoerders van gelijke politieke huize hierop aanspreken”, valt in de notulen te lezen.

Lees ook:  Gekibbel in Den Haag, wapengekletter aan Europese oostgrens: wat is spannender?

Ook Hoekstra sloot zich aan bij Koolmees. Hij liet optekenen dat de relatie tussen het kabinet en de coalitiefracties in de Tweede Kamer “ingewikkeld te noemen” was. Hij zei ook dat door hem en vicepremier Hugo de Jonge “veel tijd en energie is gestoken in het sensibiliseren van de heer Omtzigt, met overigens beperkt succes”. Hoekstra stoorde zich met name aan de suggestie van Omtzigt dat ambtenaren op zijn eigen ministerie van Financiën “incompetent” zouden zijn.

Scherper standpunt coalitie in geen geval acceptabel’

Minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD) van Infrastructuur had in die periode ook moeite met Kamerleden die haar aanvielen op problemen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Zij merkte daarover op dat het “in geen geval” acceptabel is dat “coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties”. Rutte was het daarmee eens, zo blijkt uit de notulen.

De huidige D66-leider Sigrid Kaag had “minder moeite” met Kamerleden van coalitiepartijen die “zich openlijk tegen het kabinet afzetten”. Zij noemde het “in een democratie een gezond teken dat er fel wordt gedebatteerd, ook door leden van de coalitiefracties”. Kaag zei daar wel bij dat het debat “binnen bepaalde kaders” moest plaatsvinden en opperde dat daar misschien afspraken over konden worden gemaakt met de fractievoorzitters.

Lees ook:  Denken zonder reling


Comments

comments