Dodenherdenking en Baudet


De vraag wat we eigenlijk herdenken hoort al jaren bij de rituele dansen om 4 mei.
Oorspronkelijk was die vraag niet moeilijk. De eerste jaren na de oorlog waren de wonden nog vers; verdriet en woede maakten herdenken vanzelfsprekend. Verdriet om degenen die gevallen waren: de doden door bombardementen en honger, degenen die weggevoerd waren om nooit meer terug te komen, en de gesneuvelde soldaten en verzetsstrijders. De woede richtte zich op de Duitsers en op de landverraders.

Maar al snel werd alles ingewikkelder.

Het kwaad als politiek instrument

Het is altijd verleidelijk om de wereld in te delen in goed en fout, en te zorgen dat je zelf aan de goede kant staat. Veel mensen die tijdens de oorlog vooral bezig waren met buiten schot blijven, schoven na de oorlog haastig op naar de juiste mening. Na verloop van tijd zaten veel Nederlanders in het ‘naoorlogs verzet’ en begon dodenherdenking een gelegenheid te worden om de eigen deugdzaamheid te bewijzen. Helaas zijn voor deugdzaamheid ook schurken nodig en etiketten zijn zo geplakt.

Het kwaad van het nazisme was zo groot dat iedereen die zich ertegen verzette automatisch ‘goed’ was. Daaruit volgde natuurlijk dat iedereen ‘goed’ kon worden door zijn tegenstander een nazi te noemen. En zo raakten Holocaustvergelijkingen ingeburgerd.
Het ergste is het in de politiek. Een ongewenste politicus is al snel een tweede Hitler en machtsmisbruik van de overheid is zomaar een nieuwe nazidictatuur. Maar ook op internet wemelt het van de Godwins. Ben je het niet met iemand eens? Dan is die ander een nazi.

Al deze vergelijkingen zijn pure retoriek. Het is misbruik maken van de traumatische herinnering aan een verschrikkelijk kwaad om eigen doelen te bereiken. En de hypocrisie hierin is enorm. Toen de woordvoerder van FDF de situatie van de boeren vergeleek met die van de Joden onder de nazi’s was de verontwaardiging groot. Maar veel verontwaardigde critici negeerden het feit dat boeren al lange tijd zelf met nazi’s vergeleken werden en hun stallen met concentratiekampen.

Net zo is er nu weer een hoop verontwaardiging over een poster van FvD ter gelegenheid van Bevrijdingsdag. Op de poster staan de jaartallen 1945-2020 met een kruisje voor 2020, alsof in dat jaar onze vrijheid gestorven is. Daardoor – en door de ondertekenaars van de poster – vergelijkt FvD natuurlijk de coronamaatregelen met de bezetting.
Wrang is dan wel dat veel van degenen die hier verontwaardigd over zijn al jaren roepen dat Baudet een nazi is. Sigrid Kaag verwees bij haar kritiek op de poster naar de toespraak van Arnon Grunberg bij de vorige dodenherdenking waarin hij de woorden van Nederlandse politici met nazitaal vergeleek. Daarmee was de cirkel weer rond.

Sigrid Kaag on Twitter: “”Er rust een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers, om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn.” Arnon Grunberg, 4 mei 2020.Ook in 2021 moeten we naar die woorden handelen.Dit is een dieptepunt. Alweer. #D66 pic.twitter.com/dbtrnKi3Wo / Twitter”

“Er rust een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers, om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn.” Arnon Grunberg, 4 mei 2020.Ook in 2021 moeten we naar die woorden handelen.Dit is een dieptepunt. Alweer. #D66 pic.twitter.com/dbtrnKi3Wo

Waarom deze vergelijkingen zo erg zijn

Deze vergelijkingen zijn niet alleen goedkoop, ze zijn ook schadelijk, om twee redenen:

  1. Degenen die alles waar ze tegen zijn vergelijken met Hitler of de Jodenvervolging bagatelliseren de gruwelijke misdaden van de nazi’s en het verschrikkelijke kwaad van de Holocaust.
    Wie Holocaustoverlevenden op hun hart wil trappen, moet hen vooral vergelijken met goed verzorgde varkens in een boerenschuur. Of met criminele Marokkanen die terecht bekritiseerd worden. Dit soort vergelijkingen zijn absurd en ongelooflijk kwetsend.
  2. Kent u het verhaal van de jongen die ‘wolf’ riep?
    Een jongen slaat ‘voor de lol’ telkens alarm en roept dat er een wolf op de schaapskudde afkomt. Als er uiteindelijk echt een wolf komt, gelooft niemand hem meer, en de wolf kan de schapen roven.
    Bij elke afwijkende mening ‘nazi!’ roepen, stompt mensen af. Als er straks echte nazi’s voor de deur staan, halen mensen hun schouders op. ‘Het zal wel. Alweer nazi’s.’

Dus op zich is de ophef over de FvD-poster terecht, maar willen al die mensen die zich hier nu over opwinden zelf dan ook alsjeblieft stoppen met bizarre vergelijkingen?
Het is helemaal niet edel of deugdzaam om je tegenstander af te schilderen als nazi om jezelf te kunnen verheffen. Het is immoreel. Het maakt de Holocaust tot een detail in de geschiedenis waardoor de slachtoffers geen recht wordt gedaan en waarschuwingen aan kracht verliezen.

Wat herdenken we?

Het zou een goede zaak zijn als dodenherdenking (weer) eenvoudig werd. Simpelweg het kwaad van de nazi’s en het lijden van hun slachtoffers herdenken en daarvan willen leren.

Dodenherdenking zou een dag van inkeer moeten zijn, niet een dag om met het vingertje naar anderen te wijzen. Laten we niet anderen etiketten opplakken en onszelf schoon praten, maar beseffen dat we allemaal tot kwaad in staat zijn. Misschien is de beste les die wij op deze dag kunnen leren wel heel simpel: niet meegaan in groepsdenken en demonisering van anderen. Ook niet – juist niet! – als dat de makkelijkste weg is.

Om een oude wijsheid aan te halen:

Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen.

Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.




Geef een antwoord