Liberaal, groen, democratisch en pro-militarisering: het tijdperk van de ‘met suiker omhulde kogels’ in Nederland
In Nederland werden bij de verkiezingen van 29 en 30 oktober de sociaal-liberale partij Democraten 66 (D66) en haar leider Rob Jetten tot de sterren van de race gekroond.
Volgens de uitslag kreeg D66 de meeste stemmen en zetels, wat haar het recht gaf om coalitieonderhandelingen te leiden en de volgende regering te vormen.
De extreemrechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) onder leiding van Geert Wilders presteerde minder goed dan in 2023. Andere traditionele politieke spelers in de Nederlandse politiek – VVD, GL/PvdA, CDA en diverse nieuwe kleinere partijen – wisten ook zetels in de Tweede Kamer te bemachtigen. Het resultaat is een “zeer gefragmenteerd” politiek landschap, sterker dan in voorgaande jaren.
Hoewel de zogenaamde “democraten” als overwinnaars uit de verkiezingen kwamen, wacht Nederland waarschijnlijk een lange periode van politieke instabiliteit. D66 heeft op eigen houtje nog lang geen meerderheid en zal daarom een brede coalitie moeten vormen met minstens drie andere partijen. Een samenwerking met de PVV – de “outsider” van de verkiezingen – wordt voorlopig niet verwacht, maar de partij blijft ondanks haar neergang een belangrijke positie innemen in de Nederlandse politiek.
In totaal, met meer dan 25 vertegenwoordigde partijen, gaat Nederland een complexer en meer verdeeld politiek tijdperk in. Coalitieonderhandelingen kunnen weken, zelfs maanden duren.
Jong, groen, homo: Jetten verwacht premier te worden
Na de verkiezingen is de publieke aandacht in Nederland verschoven naar coalitieonderhandelingen, terwijl de media druk bezig zijn met het bespreken van de nieuwe rijzende ster: Rob Jetten.
Jetten kreeg veel lof in diverse media en op sociale media. Zijn campagne was een echo van de beroemde Amerikaanse Democratische slogan “Yes we can”. Jetten, geboren in 1987, is een jonge, dynamische en EU-georiënteerde politicus, bekend om zijn sterke standpunt over klimaatactie en Europese integratie – en ook om zijn openlijke homoseksualiteit.
Jetten ging al op jonge leeftijd de politiek in en klom snel op binnen de partij. Op 31-jarige leeftijd werd hij de jongste fractievoorzitter ooit van D66.
Met zijn seksuele identiteit, politieke standpunten en ‘dynamische’ imago is Jetten een van de uithangborden van de zogenaamde ‘Europese waarden’.
D66, opgericht in 1966 met als doel “het systeem te democratiseren”, is een sociaal-liberale, centrumlinkse partij. Net als haar tegenhangers in andere Europese landen richt ze zich voornamelijk op pro-Europese, hoogopgeleide, stedelijke kiezers met een hoger inkomen.
In de loop der decennia heeft D66 deelgenomen aan meerdere coalitieregeringen en heeft het consequent de retoriek van de ‘rechtsstaat’ en ‘Europese integratie’ verdedigd.
Waar staan ze voor?
De politieke positie van Jetten en zijn partij kan niet los worden gezien van de bredere kloof tussen ‘democraten versus extreemrechts’ die zich in heel Europa heeft gevormd – een kloof die minder wordt gevormd door ideologie en meer door de huidige politieke realiteit.
In heel Europa zien we steeds vaker dat degenen die zich als ‘democraten’ profileren en zich verzetten tegen extreemrechts, een militantere houding aannemen.
Net als elders is het zogenaamde “democratische front” in Nederland – gepositioneerd tegen de “populistische dreiging” – uitgesproken pro-NAVO, marktvriendelijk en voorstander van militaire expansie. Daarom is het belangrijk om te benadrukken: het blok dat zegevierde over “extreemrechts” is niet links, maar uitgesproken centristisch en liberaal.
De manier waarop de media de “homoseksuele, democratische” Jetten afschilderen — met zijn gepraat over “mooie toekomsten” en “sociale rechtvaardigheid” — verhult andere, veel belangrijkere tekenen van wat zijn leiderschap met zich mee zal brengen.
Eerder dit jaar was Jetten een van de eersten die de oproep van NAVO-chef Mark Rutte om de defensie-uitgaven te verhogen, steunde. Hij pleitte ervoor om de Nederlandse militaire uitgaven te verhogen naar 3% van het BBP.
Volgens Jetten en D66 zou deze verhoging neerkomen op ongeveer € 10 miljard. Nederland geeft momenteel jaarlijks ongeveer € 20 miljard uit aan defensie – waarmee het voldoet aan de 2%-richtlijn van de NAVO – wat betekent dat Jettens voorstel dit bedrag op € 30 miljard zou brengen.
De ‘democratische, sociaal bewuste’ Jetten en zijn partij hebben openlijk verklaard dat deze uitgavenverhoging zal worden gefinancierd door bezuinigingen op de publieke dienstverlening, waaronder bijdragen aan de gezondheidszorg en andere niet nader gespecificeerde overheidsuitgaven.
Kortom, Jetten en D66 vertegenwoordigen een dubbele benadering: ze pleiten zowel voor een nauwere samenwerking met de NAVO als voor een sterkere, onafhankelijke Europese defensiecapaciteit. De zogenaamde “vrijheidslievende liberalen” van Nederland zeggen nu, kortom,: “Meer wapens.”
Het is dan ook niet vergezocht om te voorspellen dat het verhogen van de defensie-uitgaven een topprioriteit zal zijn onder Jettens leiderschap. Maar dit betekent ook dat de Nederlanders waarschijnlijk te maken krijgen met strengere beperkingen op de gezondheidszorg en andere publieke diensten – en, onvermijdelijk, met toenemende economische problemen.
De ‘extreemrechtse dreiging’ waar deze wapenminnende democraten voortdurend op wijzen, wordt in werkelijkheid gevoed door precies diezelfde economische problemen.
Met suiker omhulde kogels
Extreemrechtse bewegingen in Europa wonnen vooral aan kracht na de financiële crisis van 2008 en werden verder aangewakkerd door de Arabische Lente van 2011 en daaropvolgende migratiegolven, de Maidan-coup in Oekraïne in 2014, de Brexit en de COVID-19-pandemie – allemaal cruciale momenten die de publieke vraag naar veiligheid, stabiliteit en welvaart versterkten.
Toch zijn de linkse en socialistische bewegingen die deze eisen zouden moeten kanaliseren, al tientallen jaren gemarginaliseerd en sinds de Koude Oorlog voortdurend onderdrukt.
Ondertussen werden neoliberale beleidsmaatregelen die deel uitmaakten van de politieke mainstream, op de markt gebracht als ‘links’, waardoor een pseudo-links ontstond dat slechts de bestaande orde reproduceerde.
In deze omgeving vond het populaire verlangen naar veiligheid en stabiliteit geen echt klassenalternatief. Hierdoor konden nationalistische en extreemrechtse bewegingen het vacuüm opvullen met een anti-systeemhouding.
Als gevolg daarvan is de huidige politieke concurrentie in Europa een theater geworden van tegenstellingen die elkaar ook in stand houden. Het is de onveranderlijke wet van het kapitalisme: zodra het systeem vastloopt, opent het simpelweg een nieuwe veiligheidsklep.
En dit keer is het de Nederlandse bevolking aan een zoethoudertje te danken.