24 oktober 2021

INDIGNATIE

Verdedig de vrijheid van meningsuiting en individuele vrijheid online. Een muur tegen grote tech- en mediapoortwachters.

HOE HOEKSTRA’S INVESTERING OP DE MAAGDENEILANDEN BELANDDE

pandora papers

“‘Ik moet er nú vanaf”, zei Wopke.’ Bas Hochstenbach krijgt in oktober 2017 een telefoontje van zijn vriend Wopke Hoekstra, die dan net is gevraagd om minister van financiën te worden in het kabinet Rutte III. Hoekstra moet af van zijn aandelen in Asilia, een safaribedrijf in Kenia en Tanzania dat zijn vriend Hochstenbach begin deze eeuw had opgezet. Sinds 2009 had Hoekstra 26.500 euro geïnvesteerd om het bedrijf op weg te helpen, maar een minister mag geen aandelen in z’n persoonlijke portefeuille hebben.

‘De landsadvocaat zei: “natuurlijk zie ik wel dat dit een prijswinnend ecotoerismebedrijf is dat het verschrikkelijk goed doet. Maar voor ministers geldt gewoon: no shares.”’ Hochstenbach en Hoekstra draaien snel een drieregelig documentje in elkaar waarmee Hoekstra de aandelen aan zijn vriend verkoopt, ‘en even later stond Wopke op het bordes’, zegt Hochstenbach. ‘Een uiterst vermakelijke episode in onze vriendschap.’

OOK TOEN HOEKSTRA ALS MINISTER VAN FINANCIËN DE TAAK KREEG OM BELASTINGPARADIJZEN TE BESTRIJDEN, LIET HIJ NIET AAN DE KAMER WETEN DAT HIJ KORT DAARVOOR ZELF NOG AANDELEN IN ZO’N PARADIJS HAD

Afgelopen september belde Hoekstra opnieuw, zegt Hochstenbach. ‘“Even voor de goede orde: kan je me nog even het bewijsje sturen dat de hele aandelentransactie is afgerond? En hoe komt het nou dat Asilia opeens in zo’n Panama Papers-achtige file terechtkomt?”, vroeg Wopke.’

Hoekstra duikt op in de Pandora Papers omdat hij in het safaribedrijf investeerde via de Britse Maagdeneilanden, een van de meest beruchte belastingparadijzen ter wereld. Hoekstra meldde zijn zakelijke belangen niet toen hij tussen 2011 en 2017 Eerste Kamerlid was en vice-voorzitter van de commissie financiën, die zich onder meer bezighield met wetsvoorstellen om belastingontwijking tegen te gaan. Ook toen hij als minister van financiën de taak kreeg om belastingparadijzen te bestrijden, liet hij nooit aan de Tweede Kamer weten dat hij tot enkele dagen daarvoor zelf nog aandelen had in een belastingparadijs. Hij meldde dat niet omdat het niet verplicht was, zegt Hoekstra in reactie op vragen.

VEEL MEER DAN OVER FINANCIËLE CRIMINALITEIT, GAAT DIT VERHAAL OVER EEN ONDERLIGGEND PROBLEEM: DE VANZELFSPREKENDHEID WAARMEE VOORAANSTAANDE ONDERNEMERS NOG ALTIJD VIA EEN BELASTINGPARADIJS INVESTEREN

Hoekstra’s investering is van een totaal andere orde dan alle schandalen rondom corrupte machthebbers die de Pandora Papers nu onthullen. Hij ontdook geen belasting, zegt zijn belang altijd te hebben opgegeven bij de fiscus, en wilde vooral een buitenlands avontuur van zijn studievriend steunen. Veel meer dan over financiële criminaliteit, gaat dit verhaal over een onderliggend probleem: de vanzelfsprekendheid waarmee vooraanstaande ondernemers nog altijd via een belastingparadijs investeren.

Politici en topbankiers zijn degenen die een einde kunnen maken aan misbruik van belastingparadijzen, maar investeren ondertussen achteloos en zelfs met de beste bedoelingen via de Maagdeneilanden. Anderhalve maand nadat hij zijn aandelen van de hand deed, vergaderde Hoekstra in Brussel over de vraag of diezelfde Maagdeneilanden op de zwarte lijst van belastingparadijzen thuishoren. Zolang politici en topbankiers de Cariben als een normale en acceptabele investeringsroute beschouwen, blijft de route open, ook voor criminelen en witwassers.

DUURZAAM TOERISME

Jeroen Harderwijk, investment banker bij ABN Amro, gooit in 2002 het roer om. Samen met zijn Tanzaniaanse vrouw Jane verhuist hij naar haar moederland. ‘Zijn vrouw had tien jaar in Nederland in de modder en kou gezeten, en nu moest Jeroen het in Tanzania proberen’, zegt Bas Hochstenbach. Ook hij had net een carrièreswitch gemaakt. ‘Ik werkte met veel plezier bij McKinsey, maar ik wilde iets doen waarmee ik meer begaan ben, iets met purpose.’ Hochstenbach verhuist naar Tanzania en daar brengt iemand van McKinsey hem in contact met Harderwijk. ‘Ik dacht: that sounds like my kinda guy.’ 

De twee richten in 2004 het safaribedrijf Asilia op, Swahili voor ‘authentiek’. Wanneer enkele jaren later de financiële crisis toeslaat heeft het duo meer geld nodig. ABN Amro is op dat moment net uiteen gevallen na een mislukte overnamestrijd, waarna veel directeuren met een riante gouden handdruk worden weggestuurd. ‘Ik denk dat Jeroen die oud-ABN’ers op het juiste moment gepaaid heeft’, zegt een investeerder die we op achtergrondbasis spreken. Aan zijn coterie van investeerders voegt Harderwijk meerdere oud-directieleden van ABN toe.

Hochstenbach gaat in zijn eigen netwerk rond en haalt onder andere Hoekstra binnen. ‘Ik ken hem van McKinsey, maar we hebben ook allebei in Leiden gestudeerd en waren jaargenoten bij studentencorps Minerva.’ In 2006 beklom Hoekstra met een groep vrienden de Kilimanjaro en gingen ze na afloop een avond eten bij Hochstenbach thuis in Tanzania. ‘We beseften toen eens te meer: “lachen, we komen elkaar alweer tegen.” Toen is het idee geboren dat Wopke bij een volgende ronde mee wilde investeren.’

Zijn eerste investering doet Hoekstra in 2009. ‘Ik deed mee omdat het ondernemerschap van Bas en het concept van duurzaam toerisme in Afrika me aanspraken’, meldt Hoekstra daar nu over. Met die investering treedt hij toe tot de ‘Friends of Asilia’, zoals de investeerders zichzelf noemen. ‘Aandeelhouders rekenden op een serieuze waardestijging’, zegt Jeroen Harderwijk. Maar naast een belegging was het ook een sociale investering. ‘We komen geregeld bij elkaar, meestal bij iemand thuis in Amsterdam’, zegt een van hen. Hoekstra bevestigt ook één keer bij zo’n bijeenkomst te zijn geweest. ‘Jeroen Harderwijk vertelt dan hoe het gaat met Asilia. Dat is een geweldig leuk verhaal’, zegt Alexandra Schaapveld, voormalig ABN-directeur die ruim een halve ton investeerde. ‘Vertellen over aandelen in Asilia, ook al zijn ze nog zo klein, is een stuk leuker dan praten over je aandelen Shell.’

INVESTEREN VIA EEN BRIEVENBUSBEDRIJF

Deze ‘Friends of Asilia’ investeren niet direct in Afrika, maar nemen een Caribische omweg. De groep koopt aandelen in Candace Management Limited, een brievenbusbedrijf op de Britse Maagdeneilanden dat weer aandeelhouder is van het safaribedrijf. Een opmerkelijke route, want de Maagdeneilanden staan bovenaan de lijsten van meest notoire belastingparadijzen.

DE MAAGDENEILANDEN KENNEN GEEN BELASTING, BEDRIJVEN HOEVEN GEEN JAARVERSLAGEN IN TE LEVEREN EN AANDEELHOUDERS KUNNEN GEHEIM BLIJVEN

De eilandengroep ten oosten van Puerto Rico, kleiner dan Schiermonnikoog, heeft slechts dertigduizend inwoners maar telt een half miljoen ondernemingen. De ministaat leeft van het beheren van bedrijven voor mensen die nooit een voet in het land hebben gezet. Het land kent geen belastingen, bedrijven hoeven geen jaarverslagen in te leveren en aandeelhouders kunnen geheim blijven. Het is daarom een geliefd oord onder criminelen en mensen die iets te verbergen hebben.

Het vehikel Candace bestond al voordat de ‘Friends of Asilia’ besloten erin te investeren. ‘Jeroen had nog zo’n ding staan’, zegt Hochstenbach, die sinds 2019 niet meer voor Asilia werkt. ‘Destijds was het een makkelijke en goedkope manier om een internationaal bedrijf te starten’, laat CEO Harderwijk weten. Het had ook via Nederland gekund, maar dat zou duurder en ingewikkelder zijn, zegt hij. Harderwijk stelt dat de aandeelhouders geen financieel voordeel hebben gehad bij de route via de Cariben.

BELANGENVERSTRENGELING

In 2009 was de naam Britse Maagdeneilanden nog niet besmet. ‘Twaalf jaar geleden hielden we ons daar gewoon niet zo mee bezig’, zegt ex-ABN’er Schaapveld. Een andere aandeelhouder, die niet met z’n naam in de krant wil, ziet er nog steeds geen kwaad in: ‘de structuur is volledig transparant, daar is geen issue mee. Ik bedoel: voor ons als investeerders is het transparant.’

Maar na de economische crisis en onthullingen zoals de Panama Papers, waarin werd blootgelegd hoe politici, oligarchen en criminelen misbruik maakten van belastingparadijzen, zijn deze landen in een ander daglicht komen te staan. ‘De Britse Maagdeneilanden hebben een zweem van belastingontwijking’, zegt hoogleraar corporate governance Leen Paape aan de universiteit Nyenrode. ‘Ook al mag het, dan willen we het niet. Het gaat vooral over maatschappelijke betamelijkheid.’

‘ALLEEN ZEGGEN “HET WAS VOLGENS DE REGELS” VIND IK MAGER. HOEKSTRA STAAT DAARIN NIET ALLEEN, DIE NONCHALANCE DELEN VELEN IN DE LANDELIJKE POLITIEK’

Christoph Demmke, integriteitsadviseur voor de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie en het Europees Parlement, benadrukt dat Nederland op het gebied van integriteit ver achterloopt op andere Europese landen. ‘Hoekstra heeft geen regel overtreden’, maar het is ‘beneden alle internationale standaarden’ dat hij nooit aan de Kamer liet weten dat hij aandelen had in een belastingparadijs. ‘Politici zijn op dit moment bezig belastingparadijzen aan te pakken. Als hij als individu ondertussen gebruik maakte van het feit dat die belastingparadijzen nog steeds bestaan, dan is dat onacceptabel.’

Volgens Leo Huberts, emeritus hoogleraar bestuurskunde en integriteitsonderzoeker aan de Vrije Universiteit, illustreert de casus nonchalance met betrekking tot integriteit. ‘Ook als er geen regel wordt overtreden, moet je nadenken over wat moreel verantwoord is. Alleen zeggen “het was volgens de regels” vind ik mager. Hoekstra staat daarin niet alleen, die nonchalance delen velen in de landelijke politiek.’

Huberts vindt het ook problematisch dat bankencommissarissen investeren via de Maagdeneilanden. ‘Het is klip en klaar: als je een belang hebt in een belastingparadijs en je moet beslissen over het beleid van de bank in belastingparadijzen, dan is er sprake van belangenverstrengeling, of minstens de schijn daarvan.’

CANDACE NOG ALTIJD GEVESTIGD OP MAAGDENEILANDEN

Toch lijken slechts enkele investeerders in Candace zich dat te realiseren. Ook na de Panama Papers blijft het bedrijf in de Maagdeneilanden geregistreerd staan. ‘We hebben wel eens tegen elkaar gezegd: “dit gaat een keer vragen oproepen”’, vertelt een anonieme investeerder. ‘En dat blijkt nu.’  Enkele aandeelhouders pleitten ervoor om hun bedrijf weg te halen uit de Maagdeneilanden. 

Wopke Hoekstra niet. In antwoord op vragen zegt hij aanvankelijk dat hij investeerde via de Maagdeneilanden omdat die route er al lag. Een week later, in reactie op vervolgvragen, zegt hij nooit te hebben voorgesteld om uit de Maagdeneilanden weg te gaan omdat hij zich er niet bewust van was dat Candace daar gevestigd is. De zeven andere aandeelhouders die we hierover spraken wisten dat wel: een enkeling vertelt formulieren te hebben getekend waarop ‘Britse Maagdeneilanden’ stond. Hoogleraar corporate governance Paape noemt het verweer van Hoekstra ‘ongeloofwaardig. Je kunt je in die positie niet verschuilen achter: “ik heb het niet gelezen”. Deze mensen weten beter.’

‘JE KUNT JE IN DIE POSITIE NIET VERSCHUILEN ACHTER: “IK HEB HET NIET GELEZEN”. DEZE MENSEN WETEN BETER’

Ondertussen staat Candace nog steeds op de Maagdeneilanden geregistreerd, en hebben meerdere bankencommissarissen nog altijd aandelen in het belastingparadijs. ‘Om eerlijk te zijn was er voor ons geen harde noodzaak om te verhuizen’, zegt Harderwijk, omdat er tot nu toe geen betalingsstromen naar de Maagdeneilanden gingen, en er dus ook geen belastingvoordelen waren.

Het toont dat zelfs voor politici die een einde moeten maken aan misbruik van belastingparadijzen, en bankiers die dagelijks te kampen hebben met verdachte betalingsstromen uit fiscaal aantrekkelijke oorden, privéinvesteringen in die landen nog altijd doodnormaal zijn.

‘Je kunt je eindeloos bezighouden met structureren, maar het is veel belangrijker dat de directeur zich bezighoudt met Asilia en de duizenden gezinnen die afhankelijk zijn van het bedrijf’, zegt ex-FMO-commissaris Alexandra Schaapveld. ‘Dat is het mooie van Asilia, niet of de aandeelhouders nu wel of niet via de Maagdeneilanden hebben geïnvesteerd.’

De Pandora Papers kwamen in handen van het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) dat ze deelde met ruim 150 media wereldwijd. In Nederland zijn de documenten onderzocht door een team van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico (Anouk Kootstra en Karlijn Kuijpers), Trouw (Dirk Waterval) en Het Financieele Dagblad (Gaby de Groot en Johan Leupen).

Indignatie is al meer dan 5 jaar vrij, eerlijk en onafhankelijk. Geen miljardair bezit ons, geen adverteerders controleren ons. Wij zijn een door lezers ondersteunde non-profitorganisatie. In tegenstelling tot veel andere publicaties, houden we onze inhoud gratis voor lezers, ongeacht waar ze wonen of het zich kunnen veroorloven om te betalen.

We hebben geen paywalls en alles blijft gratis zonder censuur. In het post-truth-tijdperk van nepnieuws, echokamers en filterbubbels publiceren we meerdere perspectieven van over de hele wereld.

Iedereen kan bij ons publiceren, maar iedereen doorloopt een rigoureus redactioneel proces. U krijgt dus op feiten gecontroleerde, goed gemotiveerde inhoud in plaats van ruis.

Dit is niet goedkoop. Servers, redacteuren fees en web ontwikkelaars kosten geld. Overweeg alstublieft om ons te steunen als donateur of ondersteunend lid, ook wij hebben onze inkomsten zien dalen in deze heftige tijden daarom, KLIK HIER voor IBAN of via PayPal hieronder!, wil je ook onze berichten zoveel mogelijk delen dit is voor ons van levensbelang, hartelijke dank en veel leesplezier.

Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.