Connect with us

Politiek

Zijn Rutte en Ollongren werkelijk veranderd?

Published

on

rutte

Inhoud

Het is volstrekt onduidelijk hoe overheidsbeleid tot stand komt in Nederland. Vaak zijn ondoorzichtige lobbyclubs de baas, in plaats van de kiezer. Dat moet veranderen. Laten we een voorbeeld nemen aan François Vrancken, die de Staten-Generaal soeverein maakte.

Alexander de Grote schijnt ooit gezegd te hebben dat volkeren die het woord ‘nee’ niet hadden leren uitspreken, gedoemd waren in slavernij te eindigen. Wellicht hadden de Staten-Generaal deze waarschuwing in gedachte toen zij in 1581 een daverend ‘nee’ lieten horen aan hun vorst, Koning Filips II van Spanje. Ik citeer:

‘Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran.’

‘Verlatinghe’: de breuk met Filips II

Met die woorden uit het Plakkaat van Verlathinge verklaarden de Staten-Generaal in 1581 de rechten van Filips II op de Nederlanden vervallen. Dat kwam overigens niet uit de lucht vallen: er waren jaren van verzet, veldslagen, bloedraden en strafexpedities aan voorafgegaan, maar tot die tijd kon het met enige goede wil nog beschouwd worden als een interne kwestie. Maar nu was de breuk definitief.

Filips II had zijn plichten als vorst dermate geschonden, dat hij niet langer als vorst kon worden beschouwd: de Nederlanden verklaarden zich onafhankelijk van de Spaanse koning.

Het Plakkaat van Verlathinge wordt, met de kennis van nu, ook wel beschouwd als onze onafhankelijkheidsverklaring, als de geboorteakte van Nederland. Maar dat was eigenlijk niet eens de bedoeling. De Staten-Generaal wilden niet onafhankelijk verder gaan, maar een nieuwe vorst zoeken, een soeverein die, in tegenstelling tot Filips II, zijn onderdanen niet onderdrukte, maar beschermde.

De geboorte van Nederland is dan ook niet het gevolg van een ‘nationale beweging’, niet het gevolg van de gedachte dat een volk zijn eigen natie moet hebben. Nederland lijkt te zijn ontstaan vanuit een heel andere gedachte: de gedachte dat soevereiniteit, het hoogste gezag en daarmee de uitoefening van staatsmacht, haar fundament niet vindt in een persoon, niet in een geboorterecht, niet in een volk of een natie, maar in de soevereiniteit zelf, en wel in de wijze waarop deze soevereiniteit wordt uitgeoefend, de manier waarop het hoogste gezag wordt bekleed. Een soeverein kan alleen soeverein zijn, als hij zijn soevereiniteit in het belang van zijn onderdanen uitoefent, hen beschermt en niet onderdrukt.

Eerst: op zoek naar een andere vorst

De zoektocht naar een andere vorst werd echter geen succes. Eerst werd de hertog van Anjou binnengehaald, maar die was – zo gaat het verhaal – vooral aan het feesten. Hij vond bovendien dat hij te weinig te zeggen had, en dus verzamelde hij een leger om zijn macht uit te breiden.

Omdat dat niet helemaal paste bij wat de Nederlanden voor ogen hadden, werd deze strijdmacht in een hinderlaag gelokt en afgeslacht. De hertog van Anjou verliet gefrustreerd de Nederlanden en ook zijn broer, koning Hendrik III van Frankrijk, voelde daarna weinig behoefte om de soevereiniteit van de Nederlanden te aanvaarden.

Tweede mislukking: Leicester

Elizabeth I van Engeland weigerde ook, maar stuurde de graaf van Leicester in haar plaats. Deze eervolle taak had hij naar verluidt gekregen omdat hij de Engelse koningin van zijn kwaliteiten had overtuigd in de slaapkamer – dit soort schandalen waren er vroeger ook al in het Engelse koningshuis. Helaas waren zijn militaire kwaliteiten van een lager niveau: veldslagen werden verloren en verschillende steden werden door Spanje op de Nederlanden veroverd.

Maar wat uiteindelijk het einde van de graaf van Leicester inluidde, waren zijn pogingen om een sterk centraal gezag over de Nederlanden in te richten. Toen ook nog het gerucht ging dat hij in het geheim onderhandelde met de Spanjaarden werd hem het opperbevel over het leger ontnomen en werd hij het land uitgezet.

Vrancken, de pensionaris van Gouda

De Nederlanden wilden dus wel een vorst, maar wel een die zijn plaats kende. En terwijl iedereen zich afvraagt wie er nog in aanmerking kon komen, verschijnt François Vrancken, pensionaris van Gouda, op de voorgrond van het politieke toneel. In zijn beroemde Corte Verthooninghe uit 1587 stelt hij dat de zoektocht naar een vorst overbodig is. De soevereiniteit van de Nederlanden ligt niet bij een vorst, maar bij de Staten zelf, en dat is maar goed ook, aldus Vrancken.

Vranckens pleidooi overtuigt: een jaar later aanvaarden de Staten-Generaal de soevereiniteit over de Nederlanden en is de republiek een feit.

Hoe revolutionair het idee van Vrancken ook moet hebben geklonken, in zijn eigen ogen was het niet meer dan een feitelijke constatering, het vaststellen van iets dat al sinds mensenheugenis het geval was. Altijd al was het land bestuurd, niet door een individuele graaf of vorst, maar door overleg tussen steden en edelen.

‘De beste bestuursvorm’

Deze manier van bestuur leidde tot het beste bestuur, het bestuur dat het algemeen belang van de onderdanen centraal stelde. Steden en edelen hebben er belang bij hun competentste vertegenwoordigers te sturen. Deze spreken nooit op persoonlijke titel, maar verdedigen de bestaande rechten en vrijheden. Hun eigenbelang speelt geen rol, ook omdat zij verantwoording af moeten leggen aan degene die zij vertegenwoordigen. Er is, aldus Vrancken, dan ook geen andere bestuursvorm die met zoveel autoriteit kan regeren, omdat juist deze bestuursvorm alle waarborgen bevatte voor goed bestuur.

De fundamentele gedachte die al in het Plakkaat van Verlathinge te vinden is, doordesemt ook de Corte Verthooninge van Vrancken. Soevereiniteit ligt, en hoort te liggen, waar ze zoveel mogelijk in het belang van de onderdanen wordt uitgeoefend, waar in de structuren is ingebed dat niet het eigen belang, maar het algemeen belang prevaleert, waar er controle en overleg is, waar de stem van iedereen, of op zijn minst van velen telt, waar de macht verantwoording aflegt.

Legitimiteit en soevereiniteit hangen onverbrekelijk met elkaar samen, dat is misschien wel de grondgedachte waaruit ons land is voortgekomen. Deze grondgedachte is geen rustig bezit, en is dat ook nooit geweest.

Vooral het huis van Oranje moest even wennen aan de gedachte van soevereiniteit van de Staten-Generaal. Prins Maurits vond het maar lastig, en nam de nodige tegenmaatregelen. Johan van Oldenbarnevelt was hiervan het belangrijkste slachtoffer: hij werd door Maurits om politieke redenen van landverraad beschuldigd – een nare gewoonte die we ook vandaag weer in het parlement terugzien. Een speciaal hiervoor opgericht tribunaal – over terugkerende nare gewoontes gesproken – veroordeelde Van Oldenbarnevelt ter dood: een politieke actie onder het mom van rechtspraak.

Weer beperkte een Oranje de soevereiniteit van de Kamers

En ook in 1813 maakte het huis van Oranje de soevereiniteit van de Staten-Generaal weer ongedaan. Willem I kon dankzij de geopolitieke situatie vijfendertig jaar lang als alleenheerser over ons land regeren. Dat duurde tot 1848 toen, onder druk van een dreigende revolutie, Thorbecke ervoor zorgde dat de materiële soevereiniteit weer kwam te liggen waar ze thuishoorde, bij de volksvertegenwoordiging.

Wie naar onze geschiedenis kijkt, ziet dat de personen die macht uitoefenen van nature niet geneigd zijn deze macht te delen, dat zij niet zijn gesteld zijn op transparantie, dat ze controle niet alleen overbodig vinden maar juist een hindernis voor krachtdadig bestuur.

Vooral in tijden van crisis en geopolitieke spanningen, zoals de onze, heeft deze gedachte het tij mee. Iedereen wil in die tijden vanzelfsprekend een krachtdadig bestuur, een sterk land, een sterk Europa. En zo zagen we de afgelopen dagen verschillende bewindslieden pleiten voor het loslaten van financiële afspraken, voor het overboord gooien van regels, voor meer internationale allianties, voor het overdragen van meer soevereiniteit aan de Europese Unie.

Een parlement op de vlucht

Maar de tijden van François Vrancken waren niet minder roerig dan de onze. De Nederlanden waren toen niet meer dan een los samenraapsel van een paar kleine gewesten, een dwerg in het Europese krachtenspel te midden van veel grotere landen met machtige vorsten.

Bovendien was het land in oorlog met het machtige Spanje, was het zuiden al verloren gegaan, en was er de continue dreiging van verder territoriumverlies. De Staten-Generaal was al jaren op de vlucht, van Brussel naar Antwerpen naar Middelburg, om uiteindelijk in 1585 in het (ook) toen armzalige Den Haag neer te strijken.

Geen sterke man, wel goed bestuur

En midden in deze chaos kozen de Nederlanden niet voor de meest voor de hand liggende oplossing, voor een sterke man en een gecentraliseerd bestuur. Op voorstel van Vrancken kozen zij voor het tegengestelde: voor een gedecentraliseerd bestuur, voor soevereiniteit in handen van de volksvertegenwoordiging, van de Staten-Generaal.

Want wat Vrancken beter begreep dan anderen, was dat krachtdadig bestuur tot niets leidt als het geen goed bestuur is, en dat een geopolitiek machtsblok alleen maar kwaad brengt als die macht niet ten dienste van de eigen onderdanen wordt aangewend.

Vrancken wist bovendien dat juist machtsdeling en overleg, controle en het afleggen van verantwoording – iets dat in tijden van crisis overbodig en stroperig lijkt – de basis is voor goed en krachtdadig bestuur, ook en vooral in tijden van crisis.

Stroperig en traag, maar krachtdadig

En met de keus voor dit ogenschijnlijk stroperige en trage, maar in werkelijkheid goede en krachtdadige bestuur, ontstond een nieuw elan. En niet een nieuw elan à la Rutte IV, maar een echt nieuw elan, een heel nieuwe staatsvorm, een succesvolle natie, economische voorspoed, een relatief vrije samenleving en een toevluchtsoord voor politieke en religieuze vluchtelingen uit heel Europa.

Nu door de geopolitieke ontwikkelingen alles in beweging lijkt te zijn, nu de ene crisis door de andere wordt opgevolgd, is het daarom juist nu van belang om niet te zwichten voor prettig klinkende, maar al te makkelijke statements over krachtdadig bestuur en machtsoverdracht aan Europa.

Beter kunnen we de benadering van François Vrancken kiezen, en er zo voor zorgen dat de beslissingsmacht daar ligt waar er controle is en transparantie, waar er verantwoording wordt afgelegd, waar er voldoende waarborgen zijn dat deze macht in het algemeen belang wordt uitgeoefend, zodat er echt krachtdadig bestuur tot stand komt.

Wie betaalt de belasting?

In theorie hebben wij het goed geregeld: de macht ligt bij de kiezer. De partijen maken elke vier jaar een programma, de kiezer stemt, en partijen met een meerderheid zoeken naar een compromis waarmee ze althans een deel van hun programma kunnen uitvoeren. Op deze manier is de kiezer de baas.

Maar dat is de theorie. De praktijk is anders, en dat zie je bijvoorbeeld aan ons belastingstelsel. Iedereen heeft een hekel aan belasting betalen, en iedereen probeert minder te betalen. Wie erin slaagt de belasting voor specifiek zijn groep te verlagen, oefent effectieve macht uit. En ons belastingstelsel laat zien dat de kiezer slechts een ondergeschikte rol in de besluitvorming speelt.

En dan heb ik het niet over de belastingvrijstelling van de koning, zoals die in de Grondwet is opgenomen. Dat laat ik over aan de partijen, die in plaats van het over het echte probleem te hebben, de aandacht willen afleiden door het over een detail te hebben en zich dan ook nog op een doelwit richten dat zich niet kan verdedigen.

Burgers en kleinverbruikers betalen de energiebelasting

Veel interessanter zijn de echt belangrijke belastingen, zoals de energiebelasting op gas. Die steeg voor kleinverbruikers de afgelopen jaren enorm, van 19 cent per kuub in 2013 tot meer dan 36 cent per kuub dit jaar. De grootverbruikers betalen dit jaar maar 1,3 cent per kuub belasting, en dat is niet veel meer dan de 1,2 cent die ze in 2013 betaalden.

Een ander interessant voorbeeld zijn de expats, die door een opmerkelijke regeling veel minder belasting betalen. 30 procent van hun loon is vrijgesteld. Dat is een goudgerande regeling, en het is dan niet verwonderlijk dat alleen nog expats zich een huis veroorloven in de Randstad, zoals WoningbouwersNL deze week schreef.

Bijzondere vrijstellingen

Ook op het gebied van erf- en schenkbelasting is er sprake van een bijzondere vrijstelling voor een kleine groep. Erven of schenken van een bedrijf waar je minimaal 5 procent van bezit, is gedeeltelijk vrijgesteld van belasting. Eerst bedroeg die vrijstelling 30 procent, toen 60 procent, toen 75 procent, en nu zelfs 83 procent. Het eerste miljoen is bovendien helemaal vrijgesteld.

Als je een huis van een miljoen (of minder) van je ouders erft betaal je ongeveer 20 procent belasting. Als je een onderneming van een miljoen erft betaal je helemaal niets. Erf je een grotere onderneming van tientallen miljoenen, dan betaal je nog steeds maximaal 3 procent belasting. En als je het handig speelt, met fiscale constructies, dan betaal je nog veel minder.

Over tijd zijn al deze vrijstellingen en regelingen voor bijzondere groepen opgerekt en groter gemaakt. Vergelijk dat met de stijging van het marginale belastingtarief voor normale stemgerechtigde Nederlanders. Als iemand met een salaris van anderhalf keer modaal 100 euro extra verdient, dan betaalt hij daar in 2022 ongeveer 50 procent belasting over. Tien jaar geleden was dat veel minder: om en nabij de 40 procent.

Hoe komen deze vrijstellingen tot stand? Waarom worden ze steeds verder uitgebreid? Dat is niet via de kiezer, of het verkiezingsprogramma. In verkiezingsprogramma’s staat niet zelden het tegengestelde.

Neem bijvoorbeeld de goudgerande regeling voor expats. VVD, CDA, D66 en CU: allemaal zeggen zij in hun verkiezingsprogramma voor 100 miljoen euro op deze regeling te bezuinigen. Drie daarvan stellen ook nog precies dezelfde maatregel voor.

Als deze vier partijen vervolgens een coalitie vormen, denk je, dat is eenvoudig: iedereen is het eens, dus deze maatregel komt in het regeerakkoord. Daar hoeven we geen jaar over te onderhandelen.

Maar er werd wel een jaar onderhandeld, en uit die onderhandelingen kwam dat de belastingvrijstelling volledig in stand bleef en daarmee ook het oneerlijke en enorme voordeel dat expats hebben op de woningmarkt – die volkshuisvesting zou moeten zijn – in stand bleef.

Maatregelen die in geen enkel verkiezingsprogramma staan

Tegelijkertijd staan er in het regeerakkoord allemaal maatregelen die in geen enkel verkiezingsprogramma zijn terug te vinden. Dat begon allemaal klein. In 2012 was er bijvoorbeeld het verbod op wilde dieren in het circus, dat uit het niets in het regeerakkoord verscheen. Later werd duidelijk dat Mark Rutte het er hoogstpersoonlijk had ingezet. Het voorrecht van een aanstaand premier, zo zou je hier nog kunnen denken.

Maar in het regeerakkoord van 2017 ging Rutte veel verder: de afschaffing van de dividendbelasting, een belastingvermindering van 2 miljard euro per jaar. Daarvan profiteren buitenlandse beleggers en buitenlandse overheden. Dat zijn precies twee categorieën zonder stemrecht in Nederland. En juist dat werd een speerpunt van het regeerakkoord. In geen enkel verkiezingsprogramma was dit aangekondigd, geen kiezer had hiervoor gekozen, maar dit plan werd door lobbyisten via de achterdeur van Rutte in het regeerakkoord gefietst.

Geld kan niet op, maar bij verkiezingen geen woord

Maar 2 miljard was niet genoeg: in het regeerakkoord van 2021 doet Rutte IV er nog een grote schep bovenop: het regeerakkoord kent een begrotingsbeleid dat zo expansief is dat zonder enige tegenvaller of crisis de staatsschuld volgens de CPB-berekening al op zou lopen naar 92 procent van het bbp.

Dit is toch wel erg moeilijk te rijmen met de financiële paragrafen van de partijprogramma’s, waar uitgebreid de lof van voorzichtig beleid en financiële degelijkheid wordt bezongen zodat we een buffer hebben bij onverwachte tegenvallers. Dat werd tijdens de formatie in zijn geheel losgelaten, miljarden werden verjubeld, en nog geen drie maanden later bleek er sprake van een geopolitieke crisis, met grote economische gevolgen, maar geen buffer die als automatische stabilisator functioneert.

En dan zijn er ook nog de klimaat- en stikstoffondsen van 60 miljard euro, die in geen enkel verkiezingsprogramma staan en waarvan onduidelijk is hoe ze worden besteed. Gaan we ervan uit dat dit op dezelfde manier gebeurt met de huidige klimaat- en energiesubsidies, dan hoeft u niet bang te zijn dat dit geld terechtkomt bij mensen met een modaal inkomen. De miljarden zullen, net als nu, voornamelijk naar (buitenlandse) investeerders en grootbedrijven gaan, als beloning voor uitstoot van minder CO2 of stikstof.

Niet de kiezer, maar wie dan wel?

Wat we ook van deze maatregelen vinden, het is in ieder geval duidelijk dat de kiezer niet altijd de doorslag geeft, maar dat andere partijen soms grotere invloed hebben. Die dividendbelasting verschijnt niet ineens op tafel: die is daar door iemand op gelegd. Waarom, en door wie, dat blijft allemaal vaag, al weten we dat sms’jes van het grootbedrijf aan de premier daarbij een rol speelden. Maar dat zullen we nooit precies weten, want deze sms’jes zijn tegen de wet in gewist.

Ook met de stikstof- en klimaatfondsen heeft de kiezer weinig te zeggen, net als bij de klimaattafels, de energieregio’s en de gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Ook daar weet dikwijls niemand wie de agenda bepaalt, wie de doorslag geeft en waarom. En ook daar zit de kiezer niet aan tafel. De besluitvorming in het Nederlandse stelsel heeft byzantijnse vormen aangenomen: het is volstrekt onduidelijk wie waar de besluiten neemt. Controle in zo’n stelsel is op zijn zachts gezegd moeilijk.

Ondoorzichtigheid is beleid

En dat is geen toevallige ontwikkeling, dat is bewust beleid. Ik verwijs hiervoor naar de vrijgegeven notulen van de ministerraad over de Kinderopvangtoeslagenaffaire. Langzaam werd duidelijk dat de Belastingdienst duizenden grotendeels onschuldige ouders de vernieling in had geholpen, en de Tweede Kamer riep hiervoor de minister ter verantwoording en wilde informatie.

Dit werd, zo blijkt uit de notulen, als buitengewoon hinderlijk ervaren. Minister Kajsa Ollogren (destijds Binnenlandse Zaken) presenteerde tijdens de ministerraad een oplossing van dit ‘probleem’, die kenmerkend is voor het kabinet-Rutte III. Ik citeer:

‘Minister Ollongren kan zich vinden in de bijdragen van voorgaande sprekers, in het bijzonder de constatering dat het behulpzaam zou zijn als enkele leden van de Tweede Kamer zich terughoudender zouden opstellen. (…) Het is wenselijk te bezien of deze uitvoeringsorganisaties meer op afstand van de rijksoverheid kunnen worden geplaatst. Geconstateerd zij dat de verantwoordelijke bewindspersonen op dit moment voor ieder incident naar de Tweede Kamer worden geroepen. Dit hoort echter de uitzondering op de regel te zijn. Uit ervaringen in andere landen blijkt dat het mogelijk is de uitvoeringsorganisaties meer op afstand te plaatsen.’

Transparantie, gezonde controle, het afleggen van verantwoording, dat is in de gedachte van de ministerraad een probleem, een probleem dat kan worden voorkomen door alles ‘meer op afstand’ te plaatsen. Deze formule, laten we het de Ollongren-doctrine noemen, is in het kabinet-Rutte III veelvuldig toegepast. En met Rutte IV is daar geen verandering in gekomen.

De ondemocratische energieregio’s

En zo zitten we – onder andere – met energieregio’s die buiten elk democratisch proces de toekomst van ons landschap bepalen, klimaattafels waar de industrie en het grootbedrijf in besloten vergaderingen uitzonderingen voor zichzelf bedingen maar waar de burger niet aan tafel zit, en met stikstof-, klimaat- en groeifondsen waar miljarden buiten het zicht van het parlement worden besteed.

Dit alles heeft als groot voordeel dat men geen last heeft van volksvertegenwoordigers die zich, in de ogen van het kabinet, ‘niet terughoudend genoeg’ opstellen.

Ik vrees dat François Vrancken niet met enorme bewondering naar deze praktijken zou hebben gekeken. Het is echter geen onomkeerbare ontwikkeling. De niet-democratische regionalisering, de niet-transparante klimaattafels, maatregelen in regeerakkoorden die uit het niets lijken te komen en de dubieuze miljardenfondsen: ze zijn allemaal met nationale wetgeving weer terug te draaien.

Zijn Rutte en Ollongren werkelijk veranderd?

Dat vergt wel een andere houding, een andere bestuurscultuur waarin controle en transparantie en het afleggen van verantwoording als een noodzakelijke vereiste voor goed bestuur wordt gezien, en niet als een probleem. Deze gedachte lijkt echter zo diep ingesleten in de Rutte III-bewindspersonen – die ook de kern vormen van Rutte IV – dat zij menselijkerwijs waarschijnlijk niet meer in staat zijn om een fundamenteel andere denkwijze aan te nemen.

Ik kan mij vergissen, maar volgens mij denkt noch minister Ollongren noch de premier nu wezenlijk anders over het ‘op afstand zetten’, over het voorkomen van het afleggen van verantwoording, dan twee jaar geleden. Voor verandering zal een wisseling van de wacht nodig zijn: we zullen hiervoor dus moeten wachten op nieuwe verkiezingen, en tot die tijd zal ik voorstellen doen om onze democratische instituties te versterken in plaats van ze verder uit te hollen.

Maar er zijn ook nog andere ontwikkelingen die invloed hebben op de verdeling van de macht binnen ons staatsbestel, ontwikkelingen die niet eenvoudig met verkiezingen en een andere meerderheid zijn te veranderen. En dan heb ik het in het bijzonder over de steeds groter wordende rol van internationale afspraken en Europese instituties.

Met internationale afspraken en soevereiniteitsdeling is in beginsel niets mis. Vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben we een grondige analyse gemaakt van wat er gebeurd was en hoe dat voorkomen kon worden. Dat leidde tot vergaande deling van soevereiniteit op sommige gebieden.

Er kwam een VN-Veiligheidsraad met doorzettingsmacht en een duidelijk mandaat voor het Internationaal Hof in Den Haag. Meer tanden dus dan de Volkerenbond die niet gefunctioneerd had.

En om te voorkomen dat er een nieuw militair conflict in Europa kwam over de belangrijkste energiebron en het belangrijkste industriële materiaal, werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens spijkerde de mensenrechten vast en maakte ze afdwingbaar via een internationaal Hof. En de NAVO werd gesticht: een collectieve verdedigingsalliantie.

We kunnen ook uitstappen

Er waren felle discussie over deze onderwerpen: werd er niet teveel soevereiniteit overgedragen? Was het zorgvuldig? Wat als de EGKS, het Europees Hof van Justitie of de NAVO een pad zouden kiezen waar wij het niet mee eens zouden zijn? Dit alles leidde tot een weloverwogen beslissing, en tot verdragen met een opzegmogelijkheid: met één of een half jaar opzegtermijn kun je uit de NAVO of uit de Raad van Europa stappen of je onttrekken aan de rechtsmacht van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Deze overdracht van soevereiniteit is dus terug te draaien. Dat is een belangrijk wapen, omdat het terughalen van soevereiniteit ook een belangrijk dreigmiddel is. Doordat je de optie hebt om eruit te stappen, heb je ook een effectief middel om de organisatie aan te spreken wanneer zaken echt de verkeerde kant opgaan. Je moet, zoals Alexander de Grote al wist, de mogelijkheid hebben om ‘nee’ te zeggen. En door deze mogelijkheid om nee te zeggen, hoef je misschien uiteindelijk zelfs minder vaak echt nee te zeggen.

Helaas zijn we de afgelopen decennia veel slordiger met onze soevereiniteit omgesprongen. Soevereiniteitsoverdracht en soevereiniteitsdeling zijn meer een automatisme geworden. Vooruitstrevende partijen zien het zelfs als een soort Haarlemmer wonderolie, een middel dat helpt tegen elke mogelijke kwaal, waar eigenlijk niet over nagedacht hoeft te worden. Terwijl we dat wel steeds zouden moeten doen.

Internationale organisaties onderschat

Want de wereld is nu eenmaal niet zoals we zouden willen. Neem bijvoorbeeld Interpol, waarin wij internationaal samenwerken op het gebied van opsporing en criminaliteitsbestrijding. Interpol is niet tandeloos: een door haar uitgevaardigd arrestatiebevel, een red notice, kan je leven moeilijk en haast onmogelijk maken.

Dat is geen probleem als zo’n red notice alleen wordt uitgevaardigd voor criminelen. Maar we moeten niet naïef zijn. In Nederland onderschatten we vaak welke aantrekkingskracht nette internationale organisaties uitoefenen op autocraten en dictators. Die organisaties verschaffen die landen een vorm van legitimiteit. Ze bieden bovendien mogelijkheden. Red notices zijn uitstekend geschikt om je politieke tegenstanders ook internationaal het leven zuur te maken.

De governancestructuur van Interpol is niet noodzakelijk geschikt om dit tegen te gaan: de leiding ervan ligt momenteel in handen van een generaal uit de Verenigde Arabische Emiraten met, kort gezegd, wellicht een iets andere opvatting over de rechtsstaat en over rechtsbescherming dan die wij bij het aangaan van onze internationale verplichtingen voor ogen hadden.

Naïef over de Europese Unie

Ook op het Europese vlak zijn we veel te onvoorzichtig of op zijn minst te naïef op het gebied van soevereiniteitsdeling en soevereiniteitsoverdracht. Want als we al nadenken over bevoegdheidsoverdracht beperken we ons ertoe de zaken op papier goed te regelen, zonder rekening te houden met de werkelijke machtsverhoudingen en de politieke realiteit.

We hoeven maar te denken aan de Europese economische en monetaire unie, de eurozone. Onze gemeenschappelijke Europese munt kwam tot stand op basis van verschillende afspraken over begrotingsdiscipline voor de deelnemende landen, over het mandaat en de taak van de Europese Centrale Bank – het handhaven van prijsstabiliteit, het verbod op monetaire financiering, en nog veel andere zaken. De Europese Centrale Bank, zoals voorzien in de verdragen, zou een soort Bundesbank zijn: degelijk, gedisciplineerd en terughoudend.

Wat zijn euro-afspraken waard?

Meer dan twintig jaar na de invoering van de euro kunnen we niet echt zeggen dat de internationale afspraken het beoogde gevolg hebben gehad. In een één-tweetje tussen Duitsland en Frankrijk en met instemming van de Europese Commissie zijn de begrotingsregels al in 2003 de facto terzijde geschoven.

Het verbod van monetaire financiering, dat wil zeggen dat de Centrale Bank geen geld voor de staten mag scheppen door overheidsschulden op te kopen, wordt weliswaar volgens het Europese Hof van Justitie naar de letter nageleefd, maar ik kan me niet voorstellen dat iemand vindt dat dit verbod ook naar de geest wordt nageleefd. Want de Europese Centrale bank koopt sinds 2014 elke maand tussen de 20- en 80 miljard euro staatsobligaties. Inmiddels heeft de ECB nu voor 8.000 miljard aan schulden opgekocht.

Tegelijkertijd lijkt het handhaven van de prijsstabiliteit, volgens het verdrag de hoofdtaak van de ECB, niet echt bovenaan het prioriteitenlijstje te staan. Want terwijl de inflatie razendsnel oploopt, in de eurozone gemiddeld bijna 6 procent, in Nederland boven de 7 procent, gaat de ECB door met het opkopen van schulden en blijft de rente negatief. En ook op dit punt kan ik geen econoom vinden die denkt dat dit maatregelen zijn die iets te maken hebben met het beteugelen van inflatie en het handhaven van de prijsstabiliteit.

Spijt van de euro?

Zouden we in de euro gestapt zijn als we hadden geweten dat de ECB twintig jaar later een opkoopprogramma had van deze omvang? Zouden we ons gebonden hebben als we wisten dat de ECB een rentebeleid zou gaan hanteren dat inflatie aanwakkert? Hadden we meegedaan als we wisten dat alle gemaakt afspraken over begrotingsdiscipline en de rol en bevoegdheden van de ECB in de praktijk boterzacht zouden blijken te zijn? Het antwoord laat zich raden: nee, natuurlijk niet.

Als we dit in Maastricht in 1991 hadden voorzien, dan hadden we het pad van de Zweden en Denen gevolgd: wel de gulden aan de euro koppelen, maar niet eraan meedoen op een manier die onomkeerbaar is. Want dit monetair en economisch beleid kan in een totaal bloedbad eindigen, en dat dreigt het nu wellicht ook te doen. In zo’n situatie heb je op zijn minst een exitstrategie nodig, een alternatief plan dat je kunt uitvoeren op het moment dat de ontwikkelingen een kant opgaan die niet te rijmen zijn met onze economie en samenleving.

Ondoorzichtige besluitvorming, het niet afleggen van verantwoording, besluitvorming die niet in het belang is van de burgers, het zijn allemaal zaken die niet de goedkeuring van François Vrancken zouden kunnen wegdragen. Het zijn ook allemaal zaken die we niet zelden terugzien bij de Europese besluitvorming, zelfs als het gaat om de meest belangrijke uitgangspunten van de Europese Unie.

De Europese Unie is sinds 1992 gebouwd rondom de vier vrijheden: het vrije verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen. Kijk naar de manier waarop er met deze vrijheden voor bepaalde groepen wordt omgegaan en je krijgt het vermoeden dat niet alleen de burgers de baas zijn in Europa. Ik zal mij hier beperken tot het vrije verkeer van personen.

Dit vrije verkeer van personen is door de coronamaatregelen fors ingeperkt. Om onbelemmerd door Europa te reizen heb je tegenwoordig een Europees coronacertificaat nodig. Maar inmiddels lijkt – hopelijk – door de mildere omicronvariant het einde van de coronacrisis binnen handbereik, en dat zie je ook in de maatregelen.

Het vrij verkeer verdwenen?

In Nederland, Finland, Zweden, Ierland, Polen, Frankrijk – bijna nergens heb je meer een coronapas nodig. Maar voor het reizen binnen Europa heb je zo’n pas nog wel nodig. En de inperking van het vrije verkeer van personen neemt alleen maar toe.

Zo werd onlangs de geldigheid van de originele vaccinaties van de een op de andere dag van 12 naar 9 maanden ingekort en verloren mensen hun groene vinkje. Nederland nam dat ook voor intern gebruik over en binnen een paar dagen had een half miljoen mensen geen toegang meer tot de horeca. Zonder aankondiging.

Dit gebeurde niet met een Europese verordening waarbij een gekwalificeerde meerderheid of per unanimiteit ingestemd moet worden. Nee, het gebeurde met een uitvoeringsbesluit, eenzijdig uitgevaardigd door de Europese Commissie, zonder dat hiervoor een rechtsgrond bestond, zonder dat we deze bevoegdheid ooit bewust hebben overgedragen. Maar de regering accepteert het zonder slag of stoot en neemt het ook nog over voor intern gebruik.

Bedenkelijke coronapas

De Kamer is gisteren, tegen mijn zin, akkoord gegaan met het verlengen van de EU-wetgeving die deze coronapas mogelijk maakt. Mijn voorstellen om dit te beperkten tot noodsituaties en alleen van toepassing te laten zijn bij interne maatregelen is verworpen. Dat is een hoogst bedenkelijke keuze, die niet in het Nederlands belang is. I

n Nederland krijgen middelbare scholieren op advies van de Gezondheidsraad bijvoorbeeld geen booster. Voor het Europese coronacertificaat is zo’n booster wel verplicht, en dus ondervinden onze scholieren nodeloos hinder van deze beperking. Toch gaan we akkoord met verlenging.

Vrij verkeer voor oligarchen

Het is van belang om deze inperking van het vrije verkeer van personen van Europese burgers te vergelijken met de manier waarop het vrije verkeer van een kleine groep anderen de afgelopen jaren is gefaciliteerd. Neem nu bijvoorbeeld de Russische en Oekraïense oligarchen.

Binnen de Europese Unie is er alles aan gedaan om deze groep alle ruimte te bieden. Een paspoort was eenvoudig te koop in Cyprus of in Malta – het Maltees programma voor paspoortenverkoop is pas enkele dagen geleden, na de Russische inval in Oekraïne, opgeschort – en met zo’n paspoort kan er vrij worden gereisd en gevestigd binnen de hele Europese Unie.

Oligarchen naar de Zuidas

Een van de mensen met zo’n paspoort bouwde de facto een klein privélegertje bij de belangrijkste Finse marinehaven. De Finnen moesten een massieve operatie op touw zetten om die te ontmantelen en de veiligheid van het eigen land te garanderen. En terwijl de Europese Commissie snel het vrije verkeer van personen beperkte naar aanleiding van de coronacrisis, wordt er pas nu echt ingegrepen om dit ongewenste vrije verkeer te voorkomen.

Ook de Nederlandse regering heeft jarenlang een vreemde voorliefde gehad voor deze oligarchen. Toen in 2014, dankzij problemen op Cyprus, de oligarchen een andere plek zochten om hun miljarden buiten het zicht van de belastingen te stallen, organiseerde de Nederlandse ambassade in Oekraïne, samen met de trustkantoren op de Zuidas, besloten bijeenkomsten voor miljardairs om ze uit te leggen hoe ze via Nederland hun fiscale constructies op konden zetten. Dat is een betrokkenheid van de Nederlandse overheid, waar de gewone kiezer zich nu zelden in mag verheugen.

Dames en heren, ik zou hier nog vele andere voorbeelden kunnen noemen van onze slordige omgang met onze soevereiniteit, waardoor de macht niet transparant, niet meer in het belang van de burgers wordt uitgeoefend, waarbij niemand meer verantwoordelijk is, waar de besluitvorming een black box is, waar we niet op afspraken kunnen vertrouwen. Maar die kunt u zelf ook bedenken. Een interessantere vraag is, hoe we hier iets aan kunnen veranderen. Hoe zorgen we weer voor transparante besluitvorming in het belang van de burgers, besluitvorming waarover verantwoording wordt afgelegd.

Dat doen we in de eerste plaats door weer na te gaan denken over onze soevereiniteit, door steeds af te wegen waarom, met wie en hoe we deze zouden willen delen. En we zouden soevereiniteit eigenlijk alleen moeten delen of overdragen als aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:

1 Internationale oplossing werkt beter dan nationale oplossing

Dat lijkt een open deur, maar dat is het geenszins. We binden ons voortdurend aan afspraken die geen meerwaarde hebben, of een meerwaarde die alleen in theorie bestaat. Welke meerwaarde heeft het feit dat de detailhandel, een bijna geheel lokaal gebonden sector, gebonden is aan de Europese dienstenrichtlijn?

Of wat is de zin van ons binden aan Europese natuurwetgeving, als de manier waarop het uitvoeren en implementeren fundamenteel verschilt van alle andere Europese landen? Het enige effect is dan dat de besluitvorming ‘op afstand’ komt te staan, de transparantie verdwijnt en niemand meer verantwoordelijk is.

2 We werken samen met de juiste, gelijkgezinde landen

Wie zijn lot bindt aan dat van een ander, kan dat het beste doen met partijen die dezelfde belangen, dezelfde wensen en dezelfde benadering hebben. Juridische contracten of verdragen kunnen hiervoor niet als vervanging dienen. Een met een handdruk bezegelde afspraak met een geestverwant houdt langer stand dan een juridisch dichtgetimmerd contract met een concurrent.

Een monetaire unie met landen die altijd een vergelijkbaar monetair en economisch beleid hebben gevoerd, kan ook zonder gedetailleerde afspraken een succes worden. Een monetaire unie tussen landen die niet dezelfde economische en monetaire visie delen, zoals de eurozone, is een hachelijke zaak, ook al is alles in verdragen juridisch vastgelegd.

3 Er is een fatsoenlijke en stevige governancestructuur

Een governancestructuur moet niet alleen op papier functioneren, maar ook in de praktijk. Transparantie en het afleggen van verantwoording is noodzakelijk voor iedere functionerende organisatie, die niet vervangen kan worden door meer regels of afspraken. Dat geldt voor de Europese Unie maar ook voor alle andere internationale organisaties.

En we moeten er zeker niet blind voor zijn dat juridische vereisten niet zo hard zijn als wij denken, dat woorden een heel andere betekenis kunnen krijgen, afhankelijk van wie ze interpreteert. Ook dictators en autocraten stellen zich op het standpunt dat zij hoeders van het recht zijn. Rusland beroept zich op internationaal recht, China pleit voor de mensenrechten, Iran zit in de VN-vrouwenrechtencommissie, en de governancestructuur moet ook daar tegen bestand zijn

4 We kunnen eruit als het niet of niet meer functioneert

Soms ontwikkelt een internationale samenwerking zich op een manier die ver af staat van onze oorspronkelijke intenties, van de oorspronkelijke afspraken, en van het oorspronkelijke doel. Het is een illusie om te denken dat we dergelijke ontwikkelingen altijd kunnen voorkomen. De lukt niet met het maken van nog meer afspraken – zoals onze regering geneigd is te denken – want die nieuwe afspraken zullen niet minder snel terzijde worden geschoven, alle mooie beloftes ten spijt.

Dat lukt ook niet door toezicht op afspraken bij een rechter neer te leggen. Ook dat is geen garantie. Het Europese Hof van Justitie accepteert zonder morren dat de Europese Centrale Bank wel heel flexibel omspringt met de grenzen van haar mandaat en bevoegdheden, en handelt op een manier die we op basis van de verdragsteksten niet hadden kunnen voorzien.

De enige manier om niet meegezogen te worden in een stroom die we niet willen, is om een exitstrategie te hebben. We moeten, met andere woorden, nee kunnen en durven zeggen. We moeten bestaande afspraken kunnen opzeggen, want dat is de beste manier om te garanderen dat deze afspraken worden nagekomen.

Als we willen voorkomen dat de eurozone een permanente transferunie wordt, met steunpakket op steunpakket, met een monetair beleid dat de inflatie aanjaagt en de markt verstoort, althans op zijn minst niet bij de Nederlandse economie past, dan moet de optie voor een exit uit de eurozone op tafel liggen. Dat is het enige waar door onze uniegenoten naar geluisterd zal worden.

Een internationale oplossing die beter functioneert dan een nationale oplossing, een samenwerking met gelijkgezinde landen, een fatsoenlijke governancestructuur en de mogelijkheid van een exit. Dat zouden de voorwaarden moeten zijn om soevereiniteit over te dragen of te delen. Maar zo’n zorgvuldige afweging maken we zelden of nooit.

Het aangaan van internationale verplichtingen is blinde vlek

Het aangaan van internationale verplichtingen is een blinde vlek geworden binnen het Nederlandse besluitvormingsproces. We zijn immers voor internationale samenwerking, voor Europa, voor de vooruitgang. We zeggen ‘de toekomst van Nederland is Europees’ en dan stoppen we met nadenken. We denken niet na over de consequenties die specifieke internationale afspraken hebben voor de manier waarop we onze samenleving inrichten. De Europese pensioenrichtlijn, een dik boekwerk, werd in minder dan 24 uur door de Tweede Kamer gejast. Er is over mijn ‘functie elders’ langer gedebatteerd. En dat terwijl zo’n pensioenrichtlijn de mogelijkheden om de pensioenen naar eigen inzicht vorm te geven – iets dat we in Nederland tot voor kort met groot succes hebben gedaan – grotendeels beperkt.

We zullen dus steeds opnieuw over onze soevereiniteit moeten nadenken, en bijvoorbeeld bij elk nieuw Europees project moeten overwegen of dit past bij de manier waarop we onze Nederlandse samenleving willen inrichten. En als dat niet het geval is, moeten we een opt-out als serieuze optie overwegen. We kunnen hierbij een voorbeeld nemen aan Denemarken, dat sommige punten van het Europese beleid niet bij de eigen samenleving vindt passen en daar een voorbehoud maakt.

We moeten ‘nee’ leren zeggen

We moeten, naar het advies van Alexander de Grote, en in navolging van de Staten-Generaal in 1581, het woord ‘nee’ luid en duidelijk leren uitspreken. Niet omdat we ‘eurosceptisch’ zouden moeten zijn, maar omdat we het best kunnen garanderen dat het bij Europese samenwerking een ‘ja’ blijft door duidelijk te maken dat ‘nee’ zeggen ook een optie is.

Dames en heren, legitimiteit en soevereiniteit hangen onverbrekelijk met elkaar samen. Dat is de fundamentele gedachte van het Plakkaat van Verlathinge waarmee de onafhankelijkheid van de Nederlanden werd ingeluid. En het was Francois Vrancken die ervoor zorgde dat deze gedachte het uitgangspunt van ons staatsbestel werd.

En zo is Nederland gebouwd op de gedachte dat soevereiniteit daar ligt, en daar hoort te liggen, waar ze zoveel mogelijk in het belang van de onderdanen wordt uitgeoefend, waar in de structuren is ingebed dat niet het eigen belang, maar het algemeen belang prevaleert, waar er controle en overleg is, waar de stem van de vrije burger telt, waar de macht verantwoording aflegt.

Afscheid van de Rutte- en Ollongren-doctrine

Deze fundamentele gedachte is niet tot stand gekomen in rustige, voorspoedige tijden, maar juist in tijden van oorlog, in tijden van grote geopolitieke en sociale spanningen, in tijden zelfs van verliezen van grondgebied. Ook toen lag het veel meer voor de hand om als klein land heil te zoeken bij een grotere macht, om daar de soevereiniteit neer te leggen.

Het is de verdienste van Vrancken geweest om aan te tonen dat ook in roerige tijden alles begint en eindigt bij goed bestuur en bij de democratische structuren die dit mogelijk maken. En de geschiedenis heeft Vrancken gelijk gegeven.

Laat ons daarom de manier waarop we beslissingen nemen herzien. Laten we voorgoed afscheid nemen van de Rutte-doctrine en van de Ollongren-doctrine. Laten we alle noodzakelijke waarborgen implementeren die er voor zorgen dat er wordt bestuurd in het belang van de burgers, dat er transparantie en controle is, dat er verantwoording wordt afgelegd door degene die beslissen.

Dat is een heel praktische boodschap. Het betekent een eind aan het ‘op afstand plaatsen’, een eind aan samenwerkingsorganen en regio’s als daar geen gekozen verantwoordingsorgaan bij hoort.

Dat betekent het eind aan klimaattafels zolang daar zonder enige transparantie en verantwoording keuzes worden gemaakt.

Dat betekent dat miljardenfondsen voor stikstof en klimaat alleen mogelijk zijn als ze onder directe controle van het parlement worden besteed en er dus controle plaatsvindt en een directe afweging ten opzichte van andere zaken.

Dat betekent dat we internationaal samenwerken om concrete problemen op te lossen, zoals met de EGKS, en niet om iets anders.

En dat betekent dat we in de internationale betrekkingen het woord ‘nee’ moeten leren uitspreken, en de opt-out, net als Denemarken, als een normaal onderdeel van onze democratische gereedschapskist moeten gaan zien.

Juist in crisis: een soevereine volksvertegenwoordiging

Nu corona wat meer op de achtergrond raakt, zijn we onverwachts in een nieuwe en heftige storm beland, na de militaire inval van Rusland in Oekraïne. Dit gaat gepaard met grote onzekerheid over hoe lang deze crisis gaat duren, of het militaire conflict nog groter wordt en hoe ontwrichtend alleen al de sancties gaan uitwerken, ook voor ons eigen land.

Er staat heel veel op het spel de komende tijd: onze veiligheid, onze voedselzekerheid, onze energie. Maar juist in die tijden is het van belang om trouw te blijven aan de fundamentele principes die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in de vorming van ons land. Dat is geen abstracte agenda, maar het zijn concrete en praktische stappen.

Een soevereine volksvertegenwoordiging: dat was het uitgangspunt van Vrancken in 1587. Voor hem was het een logische gevolgtrekking, voor ieder ander een revolutionair maar briljant idee. En dat is het vandaag, 435 jaar later, nog steeds.

Pieter Omtzigt is onafhankelijk Tweede Kamerlid. Hij was van 2003 tot 2021 Kamerlid van het CDA. Hij werd bij een breed publiek bekend omdat hij de Toeslagenaffaire blootlegde.

Overweeg alstublieft om ons te steunen als donateur of ondersteunend lid, ook wij hebben onze inkomsten zien dalen in deze heftige tijden daarom, KLIK HIER voor IBAN of via PayPal hieronder!, wil je ook onze berichten zoveel mogelijk delen dit is voor ons van levensbelang, hartelijke dank en veel leesplezier. Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.



Continue Reading
1 Comment

1 Comment

  1. Pingback: Politicus zonder verantwoording INDIGNATIE

You must be logged in to post a comment Login

Leave a Reply

Politiek

De NAVO bereidt zich voor op oorlog tegen nucleair bewapende “gelijke concurrenten”.

Published

on

navo

Aan het einde van de NAVO-top in Madrid, Spanje, hebben de lidstaten van de NAVO, waaronder de meeste Europese landen, evenals de VS en Canada, een strategiedocument aangenomen waarin hun plannen worden geschetst om het Europese continent te militariseren, de massale uitbreiding van de oorlog tegen Rusland en om zich voor te bereiden op een oorlog tegen China.

NAVO Het document kondigt aan: “We zullen, zowel individueel als collectief, het volledige spectrum van strijdkrachten leveren… die nodig zijn voor afschrikking en verdediging, inclusief voor intensieve cross-dimensionale oorlogvoering tegen gelijkwaardige concurrenten die kernwapens bezitten.”

NAVO
Een fragment uit het strategiedocument

In tegenstelling tot het laatste strategiedocument uit 2010 zegt het huidige document: “Er is geen vrede in het Euro-Atlantische gebied.” Dit verklaart praktisch dat het bondgenootschap in oorlog is – hoewel geen van de lidstaten van de NAVO een oorlog heeft gevoerd in het “euro-Atlantisch gebied”.

NAVO
Het document beweert: “Er is geen vrede in het Euro-Atlantische gebied.”

Het strategisch kaderdocument gebruikt openlijk de taal van de machtspolitiek. Het woord ‘belangen’ wordt zeven keer gebruikt en er wordt uitgelegd dat zowel China als Rusland de ‘belangen van het bondgenootschap’ betwisten.

In het laatste strategische kaderdocument van de NAVO uit 2010 werd het woord ‘belangen’ slechts één keer gebruikt. Destijds beloofden ze “het politiek overleg en de praktische samenwerking met Rusland op gebieden van gemeenschappelijk belang te verbeteren”.

Terwijl het document uit 2010 Rusland een ‘partner’ noemde, noemt het huidige Rusland een ‘bedreiging’ en China een ‘uitdaging’. Het nieuwe NAVO-strategiedocument rechtvaardigt deze classificaties expliciet door te stellen dat deze landen “een uitdaging vormen voor onze belangen”.

Het zei verder: “De Volksrepubliek China probeert controle te krijgen over belangrijke gebieden van de technologie- en industriële sectoren, kritieke infrastructuur en strategische materialen en toeleveringsketens. Het gebruikt zijn economische slagkracht om strategische afhankelijkheden te creëren en zijn invloed te vergroten.”

NAVO
Het document beweert dat de economische ontwikkeling van China (aangeduid als “controle”) indruist tegen de belangen van de NAVO-lidstaten.

Om hun “belangen” veilig te stellen, beloven de bondgenoten “de afschrikkings- en verdedigingshouding aanzienlijk te versterken”.

Het document stelt stellig dat de reeks maatregelen die de oorlog in Oekraïne veroorzaakten, succesvol waren: “De uitbreiding van de NAVO is een historisch succes.” Het Kremlin rechtvaardigde zijn invasie van Oekraïne door te beweren dat de inspanningen van Oekraïne om toe te treden tot de NAVO en het stationeren van kernwapens op de Russische grens een bedreiging zou hebben gevormd voor de nationale veiligheid van Rusland.

Het NAVO-document kondigt aan door te gaan met de uitbreiding van het militaire bondgenootschap: “We bevestigen opnieuw ons opendeurbeleid… Onze deur blijft openstaan ​​voor alle Europese democratische staten die de waarden van ons bondgenootschap delen… Lidmaatschapsbesluiten worden genomen door gevangen door de NAVO-bondgenoten en derden hebben geen inspraak in dit proces.”

De oorlog in Oekraïne is nu de grootste Europese oorlog sinds de Tweede Wereldoorlog en heeft al het leven gekost aan tienduizenden Oekraïners en Russen. Door haar uitbreiding als een succes te omschrijven, verklaart de NAVO dat deze doden en nog veel meer die zullen komen een aanvaardbare prijs zijn om de belangen van haar leden te beschermen.

Als antwoord op uitdagingen voor de ‘belangen’ van het Bondgenootschap, hebben de NAVO-leden zich verplicht tot een militariseringsprogramma dat gevolgen zal hebben voor alle aspecten van de samenleving. Het zegt: “In een omgeving van strategische concurrentie zullen we ons wereldwijde situationele bewustzijn vergroten en ons bereik uitbreiden om gebruik in alle dimensies en richtingen af ​​te schrikken, te verdedigen, te bestrijden en te weigeren in overeenstemming met onze 360-gradenbenadering.”

Het vervolgt: “Zolang er kernwapens bestaan, zal de NAVO een nucleair bondgenootschap blijven… Daartoe zullen we zorgen voor een substantiële en consistente aanwezigheid te land, ter zee en in de lucht, onder meer door verbeterde geïntegreerde vluchten.” – en raketverdediging . .. De houding van de NAVO op het gebied van nucleaire afschrikking is ook gebaseerd op door de Verenigde Staten in Europa naar voren geplaatste kernwapens en op de bijdragen van de relevante bondgenoten.”

De doelen die in het document worden geschetst, kunnen alleen worden bereikt door een enorme toename van de troepen, munitie en voorraden die nodig zijn voor oorlogvoering. “We zullen vooruit schrikken en verdedigen met robuuste, in het theater opgestelde, cross-dimensionale gevechtsklare troepen, geoptimaliseerde commando- en controleregimes, bijna-ingezette munitie en uitrusting, en verbeterde capaciteit en infrastructuur om elke bondgenoot met weinig of geen voorsprong snel te versterken. tijd.”

De NAVO-strategienota erkent geen andere prioriteiten die concurreren met de inzet van militaire middelen. De woorden “honger”, “armoede” en “werkloosheid” zijn even afwezig als de coronapandemie, die wereldwijd tientallen miljoenen mensen het leven heeft gekost, alleen al in de VS een miljoen.

De opmerkingen van de Amerikaanse president Joe Biden kwamen overeen met de toon van dit document.

Op een persconferentie na de top verklaarde Biden trots: “We hebben Oekraïne sinds mijn aantreden bijna $ 7 miljard aan veiligheidshulp verleend. In de komende dagen zijn we van plan meer leveringen aan te kondigen ter waarde van meer dan $ 800 miljoen, waaronder een ultramodern westelijk luchtverdedigingssysteem, extra artillerie en munitie, anti-artillerieradar, extra munitie voor de HIMARS-raketwerpers die we al hebben geleverd, en extra HIMARS uit andere landen.”

Hij voegde eraan toe dat de Amerikaanse bondgenoten in totaal “bijna 140.000 antitanksystemen, meer dan 600 tanks, bijna 500 artilleriesystemen, meer dan 600.000 patronen artilleriemunitie en ultramoderne meervoudige raketwerpers hadden geleverd.” , anti-scheeps- en luchtafweersystemen.”

Toen hem werd gevraagd naar de kosten van de oorlog voor het Amerikaanse volk, zei Biden dat er niet eens over was nagedacht.

Op de persconferentie werd Biden door een verslaggever gevraagd: “De leiders van de G7-landen hebben deze week een belofte gedaan om Oekraïne te steunen, ik citeer ‘zo lang als het duurt’. En ik vraag me af of u kunt uitleggen wat dat betekent – ‘zo lang als het duurt’. Betekent dit onbeperkte Amerikaanse steun aan Oekraïne? Of moet je uiteindelijk president Zelenskyy vertellen dat de VS zijn land niet langer kunnen steunen?”

Biden antwoordde: “We zullen Oekraïne steunen zolang als nodig is.”

Een andere verslaggever vroeg naar “hoge benzineprijzen in de VS en over de hele wereld… Hoe lang is het nog eerlijk voor automobilisten in Amerika en de rest van de wereld om de rekening van deze oorlog te blijven betalen?”

Biden herhaalde: “Zolang het duurt.”

Biden heeft in feite verklaard dat onbeperkte maatschappelijke middelen zullen worden besteed aan de oorlogsinspanning. Nadat de Amerikaanse heersende klasse de financiering voor de strijd tegen de pandemie heeft verlaagd, waardoor onverzekerde werknemers zelf de vaccins en ziekenhuisopnames voor Covid-19 moeten betalen, dringt ze in plaats daarvan aan om enorme maatschappelijke fondsen in de oorlogsinspanning te pompen.

De plannen die in het nieuwe NAVO-strategiedocument zijn uiteengezet, hebben onnoemelijke implicaties voor de oorlog zelf en voor de eindeloze herverdeling van sociale fondsen naar militaire uitgaven. Dit gaat gepaard met bezuinigingen op gezondheidszorg en pensioenen en lagere lonen voor werknemers.

Terwijl arbeiders wereldwijd de strijd aangaan tegen de stijgende kosten van levensonderhoud, is het van vitaal belang dat ze de strijd tegen oorlog en militarisme tot hun topprioriteit maken.

Overweeg alstublieft om ons te steunen als donateur of ondersteunend lid, ook wij hebben onze inkomsten zien dalen in deze heftige tijden daarom, KLIK HIER voor IBAN of via PayPal hieronder!, wil je ook onze berichten zoveel mogelijk delen dit is voor ons van levensbelang, hartelijke dank en veel leesplezier. Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.



Continue Reading

Politiek

Oekraïne is de nieuwste neocon-ramp

Published

on

neocon

De belangrijkste boodschap van de neocons is dat de VS de militaire macht moet overheersen in elke regio van de wereld, en het hoofd moet bieden aan opkomende regionale machten die op een dag de wereldwijde of regionale dominantie van de VS kunnen uitdagen, met name Rusland en China.

De oorlog in Oekraïne is het hoogtepunt van een 30-jarig project van de Amerikaanse neoconservatieve beweging. De regering-Biden zit vol met dezelfde neocons die de Amerikaanse oorlogen van keuze in Servië (1999), Afghanistan (2001), Irak (2003), Syrië (2011), Libië (2011) verdedigden en die zoveel deden om de Russische regering te provoceren. invasie van Oekraïne. Het trackrecord van neocons is er een van regelrechte rampen, maar toch heeft Biden zijn team bemand met neocons. Als gevolg daarvan stuurt Biden Oekraïne, de VS en de Europese Unie naar weer een geopolitiek debacle. Als Europa enig inzicht heeft, zal het zich afscheiden van deze debacles van het Amerikaanse buitenlands beleid.

De neocon-visie is gebaseerd op een allesoverheersende valse premisse: dat de Amerikaanse militaire, financiële, technologische en economische superioriteit het mogelijk maakt om voorwaarden te dicteren in alle regio’s van de wereld.

De neocon-beweging ontstond in de jaren zeventig rond een groep publieke intellectuelen, van wie er verschillende werden beïnvloed door de politicoloog Leo Strauss van de University of Chicago en de classicus Donald Kagan van de Yale University. Neocon-leiders waren Norman Podhoretz, Irving Kristol, Paul Wolfowitz, Robert Kagan (zoon van Donald), Frederick Kagan (zoon van Donald), Victoria Nuland (vrouw van Robert), Elliott Cohen, Elliott Abrams en Kimberley Allen Kagan (vrouw van Frederick ).

De belangrijkste boodschap van de neocons is dat de VS de militaire macht moet overheersen in elke regio van de wereld, en het hoofd moet bieden aan opkomende regionale machten die op een dag de wereldwijde of regionale dominantie van de VS kunnen uitdagen, met name Rusland en China. Voor dit doel moet de Amerikaanse militaire macht vooraf worden gepositioneerd in honderden militaire bases over de hele wereld en moeten de VS bereid zijn om, indien nodig, oorlogen naar keuze te leiden. De Verenigde Naties mogen alleen door de VS worden gebruikt als ze nuttig zijn voor Amerikaanse doeleinden.

Deze aanpak werd voor het eerst uiteengezet door Paul Wolfowitz in zijn ontwerprichtlijn voor defensiebeleid (DPG), geschreven voor het ministerie van Defensie in 2002. Het ontwerp riep op tot uitbreiding van het door de VS geleide veiligheidsnetwerk naar Midden- en Oost-Europa, ondanks de expliciete belofte van de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher zei in 1990 dat de Duitse eenwording niet zou worden gevolgd door de uitbreiding van de NAVO naar het oosten. Wolfowitz pleitte ook voor Amerikaanse oorlogen naar keuze en verdedigde het recht van Amerika om onafhankelijk, zelfs alleen, op te treden in reactie op crises die de VS zorgen baren. Volgens generaal Wesley Clark maakte Wolfowitz Clark al in mei 1991 duidelijk dat de VS regime-change-operaties zouden leiden in Irak, Syrië en andere voormalige Sovjet-bondgenoten.

De neocons waren al voorstander van de uitbreiding van de NAVO met Oekraïne, zelfs voordat dat in 2008 het officiële Amerikaanse beleid werd onder George W. Bush Jr.. Ze beschouwden het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne als de sleutel tot regionale en mondiale dominantie van de VS. Robert Kagan beschreef de neocon-zaak voor de uitbreiding van de NAVO in april 2006:

[D]e Russen en Chinezen zien niets natuurlijks in [de ‘kleurenrevoluties’ van de voormalige Sovjet-Unie], alleen door het westen gesteunde staatsgrepen die zijn ontworpen om de westerse invloed in strategisch vitale delen van de wereld te bevorderen. Zijn ze zo fout? Zou de succesvolle liberalisering van Oekraïne, aangespoord en ondersteund door de westerse democratieën, niet slechts de opmaat kunnen zijn voor de opname van dat land in de NAVO en de Europese Unie – kortom, de uitbreiding van de westerse liberale hegemonie?

Kagan erkende de ernstige gevolgen van de uitbreiding van de NAVO. Hij citeert een expert die zegt: “Het Kremlin maakt zich in alle ernst klaar voor de ‘strijd om Oekraïne’.” De neocons zochten deze strijd. Na de val van de Sovjet-Unie hadden zowel de VS als Rusland een neutraal Oekraïne moeten zoeken, als een voorzichtige buffer en veiligheidsklep. In plaats daarvan wilden de neocons de Amerikaanse ‘hegemonie’, terwijl de Russen de strijd aangingen, deels ter verdediging en deels ook uit hun eigen imperiale pretenties. Tinten van de Krimoorlog (1853-6), toen Groot-Brittannië en Frankrijk Rusland probeerden te verzwakken in de Zwarte Zee na Russische druk op het Ottomaanse rijk.

Kagan schreef het artikel als particulier, terwijl zijn vrouw Victoria Nuland de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO was onder George W. Bush Jr. Nuland was de neoconservatieve bij uitstek. Nuland was niet alleen de ambassadeur van Bush bij de NAVO, maar was in 2013-17 Barack Obama’s adjunct-staatssecretaris voor Europese en Euraziatische zaken, waar ze deelnam aan de omverwerping van de pro-Russische president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, en nu dient als Bidens ondersecretaris van Staat die het Amerikaanse beleid leidt ten aanzien van de oorlog in Oekraïne.

In de ‘strijd om Oekraïne’ waren de neocons klaar om een ​​militaire confrontatie met Rusland uit te lokken door de NAVO uit te breiden over de heftige bezwaren van Rusland, omdat ze vurig geloven dat Rusland zal worden verslagen door financiële sancties van de VS en NAVO-wapens.

De neocon-visie is gebaseerd op een allesoverheersende valse premisse: dat de Amerikaanse militaire, financiële, technologische en economische superioriteit het mogelijk maakt om voorwaarden te dicteren in alle regio’s van de wereld. Het is een standpunt van zowel opmerkelijke overmoed als opmerkelijke minachting voor bewijs. Sinds de jaren vijftig zijn de VS gedwarsboomd of verslagen in bijna elk regionaal conflict waaraan het heeft deelgenomen. Maar in de ‘strijd om Oekraïne’ waren de neocons klaar om een ​​militaire confrontatie met Rusland uit te lokken door de NAVO uit te breiden over de heftige bezwaren van Rusland, omdat ze vurig geloven dat Rusland zal worden verslagen door financiële sancties van de VS en NAVO-wapens.

Het Institute for the Study of War (ISW), een neoconservatieve denktank onder leiding van Kimberley Allen Kagan (en gesteund door een who’s who van defensie-aannemers zoals General Dynamics en Raytheon), blijft een Oekraïense overwinning beloven. Met betrekking tot de opmars van Rusland gaf de ISW een typisch commentaar: “Ongeacht aan welke kant de stad [Sievierodonetsk] in handen is, zal het Russische offensief op operationeel en strategisch niveau waarschijnlijk zijn hoogtepunt hebben bereikt, waardoor Oekraïne de kans krijgt om zijn operationele te herstarten. tegenoffensief om de Russische troepen terug te dringen.”

De feiten ter plaatse doen echter anders vermoeden. De economische sancties van het Westen hebben weinig nadelige gevolgen gehad voor Rusland, terwijl hun ‘boemerang’-effect op de rest van de wereld groot was. Bovendien wordt de capaciteit van de VS om Oekraïne te bevoorraden met munitie en wapens ernstig belemmerd door Amerika’s beperkte productiecapaciteit en gebroken toeleveringsketens. De industriële capaciteit van Rusland is natuurlijk kleiner dan die van Oekraïne. Het BBP van Rusland was ongeveer 10x dat van Oekraïne voor de oorlog, en Oekraïne heeft nu veel van zijn industriële capaciteit verloren in de oorlog.

De meest waarschijnlijke uitkomst van de huidige gevechten is dat Rusland een groot deel van Oekraïne zal veroveren, waardoor Oekraïne misschien bijna geheel door land wordt ingesloten. De frustratie in Europa en de VS zal toenemen door de militaire verliezen en de stagflatoire gevolgen van oorlog en sancties. De domino-effecten kunnen verwoestend zijn als een rechtse demagoog in de VS aan de macht komt (of in het geval van Trump, terugkeert naar de macht) en belooft de vergane militaire glorie van Amerika te herstellen door middel van gevaarlijke escalatie.

In plaats van deze ramp te riskeren, is de echte oplossing om een ​​einde te maken aan de neocon-fantasieën van de afgelopen 30 jaar en dat Oekraïne en Rusland terugkeren naar de onderhandelingstafel, waarbij de NAVO zich ertoe verbindt een einde te maken aan haar inzet voor de uitbreiding naar het oosten met Oekraïne en Georgië in ruil voor een levensvatbare vrede die de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne respecteert en beschermt.

Overweeg alstublieft om ons te steunen als donateur of ondersteunend lid, ook wij hebben onze inkomsten zien dalen in deze heftige tijden daarom, KLIK HIER voor IBAN of via PayPal hieronder!, wil je ook onze berichten zoveel mogelijk delen dit is voor ons van levensbelang, hartelijke dank en veel leesplezier. Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.



Continue Reading

EU

NAVO’s nieuwe wereldwijde koude oorlog is nu officieel

Published

on

NAVO

Rusland en China, door standvastig te blijven, kunnen voldoende zijn om de Amerikaanse as de NAVO in het graf te duwen dat het verdient.

Ten slotte heeft de door de Verenigde Staten geleide militaire alliantie, de NAVO genaamd, haar wereldwijde ambities voor de Koude Oorlog expliciet gemaakt. Eindelijk is de oorlogszuchtige organisatie schoon uit de bedrieglijke kast gekomen waarin ze zich jarenlang heeft verstopt. En daarom, moge het voortaan verdoemd worden door alle goeddenkende mensen van de wereld.

Tijdens een top die deze week in Madrid werd gehouden, heeft de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie een nieuw Strategisch Concept uitgebracht waarin Rusland als een “directe bedreiging” en China als een “uitdaging” voor “onze waarden en belangen” wordt verklaard . Wat zijn die waarden en belangen precies? Oorlogszucht en overheersing!

De laatste keer dat de NAVO een strategisch document publiceerde was in 2010. Destijds werd Rusland beschreven als een “partner” en werd China niet eens genoemd.

In het afgelopen decennium heeft het door de VS gedomineerde militaire blok steeds meer een vijandig beleid aangenomen ten aanzien van zowel Rusland als China. De zoektocht naar een nieuwe koude oorlog was meedogenloos, onverbiddelijk en grotendeels impliciet. Nu echter verklaart de door de VS geleide as openlijk haar vijandigheid.

De 30-koppige NAVO heeft formeel twee nieuwe Europese staten uitgenodigd om zich bij haar gelederen te voegen, Finland en Zweden. De twee Scandinavische landen maken een einde aan decennia van nominale neutraliteit in wat alleen kan worden gezien als een berekende provocerende actie tegen de nationale veiligheid van Rusland. 

De nieuwe leden zullen de NAVO-landgrens met Rusland verdubbelen en de reeds ontluikende aanwezigheid van de nucleair bewapende alliantie in het Noordpoolgebied vergroten. Moskou heeft gewaarschuwd voor een dergelijke uitbreiding van de NAVO als een moedwillige destabilisatie van het strategische evenwicht. Het feit dat het blok doorgaat met de uitbreiding spreekt van de roekeloze minachting voor pogingen om wederzijdse veiligheid te vinden en de internationale vrede te handhaven.

De NAVO-top deze week maakte ook duidelijk dat de door de VS geleide militaire as een oorlogsbasis tegen China aanneemt. Waarom zou een Atlantische organisatie anders voor de eerste keer de aanwezigheid uitnodigen van vier landen in de Stille Oceaan die in toenemende mate de Amerikaanse anti-Chinese retoriek hebben herhaald? Leiders uit Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Zuid-Korea waren in Madrid om de zogenaamde “Asia-Pacific Four” (AP4) te vormen. 

Net als bij de door de VS geleide Quadrilateral Security Dialogue, of Quad, en het AUKUS-pact, wordt de Stille Oceaan veranderd in een NAVO-gevechtsgebied gericht op China, op vrijwel dezelfde manier als de Atlantische Oceaan wordt gedomineerd door NAVO-vijandigheid jegens Rusland. Uiteindelijk zijn het de Verenigde Staten en hun imperiale belangen die worden gediend en richting geven. Dit is wat echt wordt bedoeld met de vage en schijnbaar goedaardige bezwering van “onze waarden en interesses”.

Dit hoogtepunt in 2022 is allemaal in overeenstemming met de historische rol van de NAVO. Het werd in 1949 in Washington opgericht als een offensief instrument voor Amerikaanse agressie tegen de Sovjet-Unie. De nulsomideologie van het Amerikaanse imperialisme is noodzakelijkerwijs gebaseerd op hegemonie en overheersing. Andere naties zijn ofwel vazallen of vijanden. Een multipolaire wereld van wederzijds partnerschap is een gruwel. Het concept van de Verenigde Naties is inderdaad een gruwel. De wereld moet worden afgebakend in ‘bondgenoten en vijanden’ om het door het Amerikaanse militaristisch aangedreven kapitalisme te laten overleven.

Toen de eerdere koude oorlog met de Sovjet-Unie in 1991 eindigde door de politieke en economische ineenstorting van de Sovjet-Unie, verdween de aanvankelijke euforie van de vermeende Amerikaanse overwinning snel. Auteur en commentator John Rachel onderzoekt hoe duizelingwekkend gepraat over een einde aan militarisme en buitensporige militaire uitgaven en de anticipatie op een enorm, transformerend ‘vredesdividend’ maar al te wreed werd genegeerd. 

Waarom? Omdat de Amerikaanse heersers en hun NAVO-vazallen beseften dat zonder militarisme en oorlog het spel klaar was voor hun kapitalistische afpersing van het bedrijfsleven.

Toen ontstond de Wolfowitz-doctrine en “dominantie over het volledige spectrum”, waarbij de Verenigde Staten en hun Europese volgelingen letterlijk de oorlog aan de planeet verklaarden om natuurlijke hulpbronnen in het nauw te drijven en de waargenomen machten van concurrenten onder controle te houden. Een herrijzend Rusland en opkomend China zouden niet worden getolereerd als een belemmering voor de Amerikaanse hegemonische ambities.

In de afgelopen 30 jaar sinds het einde van de eerste koude oorlog is er niets minder dan een orgie van oorlogszuchtige oorlogen van de VS en de NAVO waarin zwakkere naties de een na de ander zijn vernietigd door het door de Amerikanen geleide militarisme. Internationaal recht en mensenrechten zijn gestript en geplunderd door een door Washington geleide blitzkrieg op de planeet.

Principiële mensen zoals Julian Assange die dergelijke criminaliteit aan de kaak stelden, zijn vervolgd en gemarteld. De vrijheid van meningsuiting en oprecht onafhankelijk kritisch denken zijn lastiggevallen en vermoord.

Met ongelooflijke hypocrisie, arrogantie en waanideeën verheerlijken de Amerikaanse president Joe Biden en andere NAVO-handlangers de principes van democratie, op regels gebaseerde orde en internationaal recht. Als de waarheid is, zijn de Verenigde Staten en hun NAVO-lacunes de vijanden van de wereldvrede. Martin Luther King maakte bijna 60 jaar geleden een soortgelijke observatie. Hij werd vervolgens vermoord door de Amerikaanse nationale veiligheidsstaat. Washington en zijn handlangers in het Westen of de Stille Oceaan vormen de grootste bedreiging voor alles wat ze zogenaamd, cynisch, koesteren.

De Verenigde Staten en hun bende imperialistische flunkeys in de NAVO snakken al drie decennia naar een nieuwe koude oorlog. Toen de Russische Federatie onder leiding van president Vladimir Poetin het unilateralisme van de Amerikaanse schurkenstaat en zijn satrapen uitdaagde met zijn historische toespraak in München in 2007, die hem als een vijand bestempelde. 

De militaire interventie van Rusland in 2015 om Syrië te helpen dat wordt aangevallen door de VS en de NAVO in een geheime oorlog voor regimeverandering, werd betaald voor de orgie van het door Amerika geleide imperialistische gangsterisme. Die spoiler markeerde Rusland verder als een vijand die moest worden aangepakt.

De staatsgreep van Washington en de NAVO in Oekraïne in 2014 was opnieuw een keerpunt. Het was een feitelijke uitbreiding van de NAVO tot aan de grenzen van Rusland met een nazi-speerpunt. Kan het nog provocerender? Maar Moskou trok de rode lijn. Ondanks herhaalde oproepen voor diplomatieke resolutie over Oekraïne en de uitbreiding van de NAVO, werd Rusland gedwongen om “technische militaire maatregelen” te nemen door de dreiging van het Kiev-regime te neutraliseren.

Ook China heeft stoutmoedig laten zien dat het zijn onafhankelijkheid niet ondergeschikt wil maken aan het keizerlijke bevel van Washington. Dit is de reden waarom Washington op grillige wijze zijn halve eeuw oude Eén China-beleid verlaat met het bijbedoeling om Peking tegen zich in het harnas te jagen. De provocatie richting Rusland in de vorm van het door de NAVO bewapende Oekraïne is hetzelfde als de provocatie richting China met een door de VS bewapend Taiwan en een toenemende NAVO-gelieerde omsingeling in Azië-Pacific.

Overduidelijk, en zonder toevlucht te nemen tot overdrijving, kan men zeggen dat de NAVO-top deze week neerkwam op een conferentie over oorlogsplanning. De door de VS geleide as heeft een nieuwe wereldwijde koude oorlog veroorzaakt.

Dat is op zich vervloekt. In een wereld die wordt geteisterd door pandemie, ziekte, ecologische achteruitgang, armoede, honger en werkloosheid, sluizen de kapitalistische machten miljarden naar oorlogsmachines en veroorzaken ze koorts voor confrontaties op basis van angstzaaierij, fobieën en demonisering. Hun mentaliteit is demonisch. Het door de VS geleide imperialisme heeft veel van de huidige crises in de wereld veroorzaakt, waaronder een nieuwe koude oorlog.

Desalniettemin is de wereld drastisch veranderd sinds de oprichting van de NAVO 73 jaar geleden of zelfs vanaf het moment dat de laatste koude oorlog zo’n drie decennia geleden eindigde. Er is inderdaad een verschrikkelijk gevaar van een catastrofale hete oorlog. Er is echter ook een welkom gevaar voor de NAVO die haar eigen graf graaft uit haar criminele activiteiten en betreurenswaardige tegenstellingen. Rusland en China, door standvastig te blijven, kunnen voldoende zijn om de Amerikaanse as in het graf te duwen dat het verdient.

Overweeg alstublieft om ons te steunen als donateur of ondersteunend lid, ook wij hebben onze inkomsten zien dalen in deze heftige tijden daarom, KLIK HIER voor IBAN of via PayPal hieronder!, wil je ook onze berichten zoveel mogelijk delen dit is voor ons van levensbelang, hartelijke dank en veel leesplezier. Steun Indignatie via PayPal veilig en simpel.



Continue Reading

Steun ons werk

Recente reacties

Nieuws bij de buren

Waarom was er geen georganiseerd verzet tegen de staatsgreep van 6 januari van Trump?

Trump – De lopende hoorzittingen van het Amerikaanse Congres over de gebeurtenissen van 6 januari 2021 hebben harde waarheden aan het licht gebracht over de zieke, precaire staat van de… [...]

Europa wil oorlog

Europa moet zich voorbereiden op de zondvloed die op haar afkomt, en dat allemaal omdat de Litouwse satrap van de NAVO denkt dat ze een Mozes is, die twee delen… [...]

Boris Johnson heeft Brexit niet waargemaakt, dus waarom zouden de Britten hem vertrouwen op Oekraïne?

Boris Johnson zit in de problemen want ‘We kunnen het ons niet veroorloven om onze eigen mensen te eten te geven, maar we kunnen het ons wel veroorloven om een… [...]

Nieuwe NAVO-uitbreiding: carte blanche voor sultan Erdogan

Nu het is opgelost, kunnen Zweden en Finland lid worden van de NAVO. Turkije heeft zijn negatieve houding opgegeven. Maar de goedkeuring van Erdogan had een prijs. De situatie zal waarschijnlijk niet alleen… [...]

Fascisme: de laars van het kapitaal deel 2

Dit is deel 2 van het Fascisme: de laars van het kapitaal (deel 1 is hier) II. Liberalisme, neoliberalisme en het liberaal-fascistische koopje Bij een goede analyse zien we dat liberalisme… [...]

Indignatie is 5 jaar vrij, eerlijk en onafhankelijk, daarom is het tijd voor onze actie. Geen miljardair bezit ons, geen MSM controleren ons. Wij zijn een door lezers ondersteunde non-profitorganisatie. In tegenstelling tot veel andere publicaties, houden we onze inhoud gratis voor lezers, ongeacht waar ze wonen of het zich kunnen veroorloven om te betalen.

steun wij zullen zeer dankbaar zijn.

KLIK HIER OM TE DONEREN